woensdag 11 november 2009

de mier

Een mierenhoop is een goed georganiseerde staat. Duidelijke hiërarchieën, duidelijk verdeelde taken, ijverige mieren die braaf hun werk doen, communicatie die afgestemd is op het eigenlijke doel.
Maar wat is eigenlijk het doel van een mierenhoop? In eerste instantie om de mierenhoop in stand te houden. Een geoliede organisatie dus om een organisatie in stand te houden. Het individu telt niets, de organisatie alles. De individuele mier is in principe tamelijk dom. Dat klinkt weinig humaan. Maar mieren zijn niet beroemd om hun intellect. Volgens mij heeft nog nooit een mier de Nobelprijs voor natuurkunde gewonnen. Maar ik volg dit gebeuren ook niet nauwkeurig.

En toch werkt een mierenhoop net als een menselijk brein. De menselijke hersenen bestaan in principe ook uit een hoop individuele cellen. De individuele hersencel is op zich ook heel erg dom. Alleen door het verbinden van de verschillende hersencellen ontstaat er een functionerend systeem. De cel reageert op een stimulus en zorgt voor een respons. Naar mate de cellen beter met elkaar verbonden zijn werkt het hele systeem sneller en effectiever.
De menselijke hersenen worden ook cerebrum of encefalon genoemd. Piet of Marijke klonk kennelijk te simpel. In de loop der jaren – de evolutie – heeft de mens een enigszins werkend brein ontwikkeld dat ons in staat stelt om simpele taken uit te voeren. Helaas hoort het leidinggeven van een school of het besturen van een auto zonder al te hevige emoties hier niet bij.

Wat onze hersenen precies doen weten we (nog) niet. Wetenschappers zijn al decennia bezig om hiernaar onderzoek te doen. Maar echt bevredigende antwoorden kunnen zij nog steeds niet geven.
We weten alleen: als je hersenen stuk gaan is het afgelopen met denken. Wilders is hier een goed voorbeeld van.

Het is ook raadzaam om mensen niet te vaak met een hamer op hun hoofd te slaan.
Zo’n orgaan als onze hersenen reageert hier namelijk erg gevoelig op en weigert op gegeven moment te functioneren. Als je pech hebt moet je op het einde je treurig bestaan doorbrengen met het verzinnen van een taakbeleid of het inbrengen van een besluitstuk over ongelezen logboekitems.

Niet bepaald bezigheden waarvan mensen dromen…

Iedereen die wel eens een menselijk schedel open heeft gesneden kan beamen dat daar binnen een ongelofelijke chaos aan te treffen is. Talrijke orgaanonderdelen zijn daar te vinden: het limbische systeem, cortex, thalamus, de corpus callapsus of de bulbus olfactorius om aar een paar te noemen. Allemaal onderdelen van een netwerk. Op zich zelf weinig effectief maar als werkend orgaan een wonder. Het schijnt dat de mens over meer hersencellen beschikt dan dat er sterren in het heelal te vinden zijn.

Als leek vind je daar binnen helaass niets terug. Het lijkt bijna op een auto. Alles wordt steeds ingewikkelder en op het einde kun je zelfs simpele systeemfouten niet eens zonder hulp van de vakman herstellen. En dan wordt het duur.

Probeer maar eens een simpele depressie of een heftige woedeaanval te repareren. Voor je het weet heb je de zaag verkeerd gebruikt en is de patiënt overleden…
Wetenschappers hebben in experimenten delen van hersenen verwijderd om te kijken wat het effect ervan is. Wonderbaarlijk genoeg functioneerde de proband daarna niet meer zo goed… Vaak reageren slachtoffers van zo’n ingreep ook tamelijk onvoorspelbaar en beginnen opeens Russische kinderliedjes te zingen of worden locatiedirecteur. En voor je het weet ben je jaren bezig om te rotzooi op te ruimen...

We kunnen veel leren van mieren. Hun motto lijkt mij heel duidelijk het volgende te zijn:
Het gaat er niet om wie het bij het juiste eind heeft, maar om wat het juiste eind is.

Doelgerichtheid in plaats van mierenneukerei. Wellicht een goed uitgangspunt voor een school…

vrijdag 6 november 2009

spaarlampen

Bij sommige mensen is hun kleine verstand een armoedig lampje dat alleen hun eigen zieligheid belicht.
Friedrich Hebbel

Is dit citaat cynisch? Vooruit dan maar. Ik heb mijn eerste doel al lang bereikt. Ik had me voorgenomen om vóór 1 november niet cynisch te worden. 1 november was vijf dagen geleden. Het is gelukt dankzij een afwachtende houding.
Loslaten was het vertrekpunt, stilstand het gevolg.

November. Vreselijke maand. Hij duurt zo lang en is maar net begonnen. Donker, koud, grijs, regenachtig, soms stormachtig, ongemoedelijk, druk, vermoeiend, slopend. November. Vreselijke maand.
Maand van weerstand van buiten en verminderde weerstand van binnen.

Een lampje dat verlicht zou handig zijn. Ik moet met iemand samenwerken die lijkt op een spaarlamp van 5 watt. Dat is hooguit genoeg om jezelf enigszins niet helemaal in het donker te laten zitten. Maar helaas onvoldoende om als vuurtoren oriëntatie te bieden in een donkere maand. Helaas ook geen licht dat naar buiten schijnt om zoekende mensen te wijzen naar een warme en heldere plek.
En helaas volkomen onvoldoende om een donkere beleidsruimte te verlichten. Schemerige omtrekken zijn alles wat je ziet.

Dit zou op te lossen zijn door een verhelderend gesprek. Een gesprek dat je even boven de laaghangende novemberwolken heen trekt, daar waar de zon schijnt. Maar helaas. Mist, nevel, hagel is alles wat je gesprekspartner te bieden heeft.

Een paraplu zou ook wel handig zijn. Een duidelijk kader dat bescherming biedt en mensen niet in de koude novmberregen laat staan. Maar die kaders worden niet gegeven. Er zijn alleen muren. Muren waar je tegen aan mag lopen als je energie over hebt. Muren die geslecht zouden moeten worden. Muren in de vorm van getallen, vermeende regelingen die niet werken: probleem creërend geneuzel vol zelfingenomen arrogantie.
Een kader dat een kater veroorzaakt. Dit kader zorgt zelf voor regen en heeft het contact met de grond kennelijk al geruime tijd verloren. Diegene die het contact zou moeten herstellen staat helaas met zijn verstandslampje van 5 watt zelf met de enkels in het modder van zijn eigen onkunde over kaders.

Een kacheltje zou ook handig kunnen zijn. Een warm, liefst vurig gesprek om het vuurtje weer aan te wakkeren. De gesprekken zijn helaas meer een nachtkaars. Blabla, herhaling, achteruitgang, dovend, vermoeiend.

Gelukkig vind ik al die dingen die november niet biedt wel ergens anders. Voor een goed gesprek heb je gelukkig geen baas nodig. Warmte vind je ook bij andere mensen. Mensen die wij steunen bieden ons zelf houvast. Kleine momenten die je koestert, glimlachen die je verwarmen, een gezin dat een veilige thuishaven is. En nog veel meer. Te veel om op te noemen. Gelukkig maar.

Het is wachten op iemand die de donkere beleidsruimte verlicht wil zien. Iemand die daar recht op heeft. Iemand die verwacht dat mensen van buiten de weg naar het licht zoeken. Iemand die wil zien dat de ruimte verwarmt wordt met goede gesprekken. Gesprekken die duidelijkheid en helderheid bieden. Wachten op iemand die authenticiteit verwacht en geen surrogaat. Of wachten op iemand die authentiek is een geen surrogaat. Een echte haloggenlamp in plaats van een spaarlampje.
Ik begon met een citaat. Ik eindig ook met een citaat.

Niets is vreselijker dan bezige onwetendheid.
Johan Wolfgang von Goethe

donderdag 5 november 2009

Schelden

Moe. Gesloopt. Op. Drie woorden die allemaal een lichamelijk toestand beschrijven. Ik merk helaas dat dit zo heel langzaam niet alleen mijn lichaam maar ook mijn geest betreft. Moe, gesloopt, op. Er zit geen enkele creativiteit meer in. Nadenken gaat langzaam, beslissingen nemen nog trager. De frustratie ligt op de loer. Nog kan ik die nog redelijk beheersen. De vraag is of het goed is om frustratie te beheersen. Zou het niet veel mooier, gezonder zijn om hierop geen energie te verspillen?
Maar hoe doe je dat? Alleen kijken naar de goede dingen en de rest gewoon negeren? De zaken die niet lopen laten gaan? Alleen aan mezelf denken?

Ik krijg steeds meer het gevoel dat een goed verloop van zaken van alle kanten gesaboteerd wordt. Een groep belanghebbenden – zogenaamd vertegenwoordigers van alle docenten – vindt het niet eens nodig om gestelde vragen te beantwoorden. Arrogantie ten top. Alsof de kwade schoolleiding zaken instelt en regelingen treft omdat ze het zelf allemaal zo prettig vinden. Als je de belangen van iedereen vertegenwoordigt, hoor je niet alleen voor jezelf te praten.

Ga koken, mens.

Een aantal mensen vindt dat zij een vergoeding moet krijgen voor een werkgroep. Dat is wel zo. Voor werk dat je verricht, hoor je vergoed te krijgen. Alleen: dezelfde mensen hebben de regeling waarin hun eigen werkgroep niet voorkomt goedgekeurd. Dit is gewoon achteraf dingen proberen te ritselen. De poging om tweede directie binnen één school te spelen.

Ga toch weg!

Collega’s wordt gevraagd om een bijdrage aan projecten te leveren. Projecten die al lang met het hele team zijn besproken. Projecten waar al draaiboeken met een taakverdeling voor zijn gemaakt. Dan krijg je een vraag of dit project al geaccordeerd is.
Krijg de tering!

Sinds wanneer wordt elke individuele docent gevraagd of hij het ook wel goed vindt of een project wel of niet draait? Wil je liever een opdracht? Wil je op deze manier met elkaar omgaan?

Prima! Ga werken, mens.

BAS geeft de opdracht om binnen twee dagen iets te repareren waar al zes weken aan gesleuteld wordt. Het overzicht is zoek, de viervoudige controle heeft er nog niet toe geleid dat alles klopt. Tijdpaden zijn al lang en sprookje. Vervolgens wordt er gedaan alsof die allemaal geen rol speelt. Zoek het maar uit, is zo’n standaardantwoord dat je krijgt.

Ja natürlich. Fick dich selbst…

Helaas lost alleen maar schelden zo weinig op. Soms lucht het wel op. Maar dat is maar eventjes. Echte gesprekken met mensen voeren over hoe we het met zijn alleen willen doen zijn wel noodzakelijk. Maar die gesprekken worden niet gevoerd. Problemen worden van tafel geveegd, vragen wordt uitgeweken, verantwoordelijkheden worden heen en weer geschoven, verantwoordelijkheid wordt niet genomen.

Ik kreeg vandaag een advies. Helaas uit een boek, niet van een collega of leidinggevende. Citaat: Relativeren, de spanning eraf halen is lang niet de juiste strategie in een discussie. Soms is op de spits drijven veel beter. Maak de tegenstelling maar groots en meeslepend. Dwing de ander tot een keuze. Het maakt het gesprek helder en duidelijk. Van een spannend gesprek leer je meer dan van een kabbelende conversatie.

Mooi. Het punt waar ik zo vaak tegen aan loop. Je moet niet altijd zo overdrijven. Doe nou eens rustig aan. Waarom chargeer je altijd?
Ik heb al vaker gezegd dat ik dit doe om zaken scherp te krijgen. Daarom zet je dingen op scherp.
Helaas is dat in onderwijsland niet zo makkelijk. Men is zo gevoelig daar. Liever wollig en wazig dan duidelijk en scherp. Dan houd je het lekker in het midden. Verkeerd denken in politieke culturen. Iedereen met rust laten. Rusten, roesten, uitrusten, vastroesten.

Soms wil je alleen maar keihard schelden. Ga koken, mens, is dan nog de meest milde vorm die ik kan bedenken.

woensdag 4 november 2009

overleg, praten, rekenen, vragen

Vandaag weer eens overleg gevoerd. Gepraat treft het beter. Eindeloos doorgaan op reeksen cijfers. Cijfers die allemaal aangeven dat de hoeveelheid werk niet past in de hoeveelheid tijd die hiervoor wordt uitgetrokken. Er moeten – zoals allang verwacht – keuzes worden gemaakt. De vermeende speerpunten die groot werden aangekondigd aan het begin van het jaar komen al geruime tijd niet meer aan bod. Eindeloos praten zonder dat het ergens naar toe leidt. Wat is het nut hiervan? Elkaar de put in praten? Steeds weer proberen een vierkant rond te krijgen? Gaan we ons zelf blokkeren door ons blind te starren op cijfers? Cijfers die ook na vier keer controleren nog niet kloppen? Hameren op tijdpaden die al weken niet meer kloppen? Je zou er moedeloos van kunnen worden. Er wordt via omwegen gecommuniceerd. De hoge heren die een besluit moeten nemen zijn onzichtbaar, onhoorbaar: onbegrijpelijk.

Tegelijkertijd begin je ook eens naar je eigen baan kijken. Iemand gaf al meerdere keren aan dat die zich afvraagt of dit nog wel is wat die wil. Hoe komt dat? Waar ligt dit aan? Wat kan hier aan worden gedaan? Dat zouden doeltreffende vragen zijn. Je krijgt er niet eens vragen. Je krijgt luchtballonnetjes. Kant en klare antwoorden uit een managementhandleiding. Jargon. Dit is gewoon zo. Daar heb je voor gekozen. Daar moet je het mee doen.
Met andere woorden: zoek het maar uit.
Ik probeerde vandaag een opening te creëren. Was het niet eens tijd om te kijken of de formules waarmee onze baan berekend wordt nog wel voldoet aan de veranderde werkelijkheid? De baan is immers enorm veranderd de afgelopen twee jaar. Naast leerlingenzorg en proberen rust en regelmaat in de afdeling te handhaven heb je immers een stuk personeelbeleid en een stuk beleidsmatige ontwikkeling in je takenpakket zitten. Ook hier geen vraag maar gelijk een voorgedrukt antwoord: dan moet je zelf maar keuzes maken. Dan moet je zelf je tijd maar beter indelen. Toen de baan werd berekend maakten de zittende heren van het personeel- en onderwijsbeleid de volgende berekening. Men besteedde ca. 40% aan het personeelsbeleid en ca. 60% aan onderwijsontwikkeling. Vreemd dat het dan zo lang stil stond maar dat is een ander onderwerp.
Ik heb naar mijn eigen baan gekeken. De nauwkeurig bijgehouden spreadsheets van de directie maken het mogelijk. De verhouding is helaas ietsje anders.
Afhankelijk hoe creatief je gaat spelen met de beperkte ruimte kom ik dus uit op een kwartier dat ik per week kan besteden aan elk teamlid. Als ik creatief omga met mijn tijd en stel dat al de voorbereiding op vergaderingen, het uitdenken van onderwijskundige verbeteringen of communicatie met leerlingen of ouders minder tijd in beslag moet nemen kan ik elke week ca. 20 minuten met alle teamleden praten. Meer dan tijd zat. Na de voorbesprekingen van rapporten ben ik al drie keer door mijn tijd heen…

Dat is ook een keuze. Je kunt als school kiezen voor een structuur waarin je rust en regelmaat centraal stelt. Je kunt er zelfs voor kiezen om hiervoor iemand aan te stellen.
Of dit de koers is die de directie twee jaar geleden in een prachtig stuk heeft uitgezet is maar de vraag. De letters en mooie zinnen in dat plan spreken helaas een andere taal. Er is sprake van ontwikkeling, van trots, van beweging. De beweging lijkt nu op iemand die in een dwangbuis zit. Dat beweegt ook zo lastig.

Er is vaker onderzoek gedaan in onderwijsland. En wat blijkt? Er bestaat een evidente samenhang tussen tevredenheid van personeel, tevredenheid van leerlingen en het rendement van het onderwijs. Tevreden docenten die het gevoel hebben dat hun werk gewaardeerd wordt dragen bijna automatisch bij aan betere opbrengsten. Daar scoor je op als school. Of dit met reeksen cijfers lukt waarin het werk van collega’s puur kwantitatief onder de loep wordt genomen (Oh, je werkt tien uur te weinig) is maar de vraag. Als je dus blijft hameren op controle, organisatie, administratie – de papieren en ambtelijke cultuur – als je geen tijd maakt voor ontwikkeling, begeleiding, beleid zul je ook geen verandering zien. Waarom hierover niet gesproken mag worden is mij een raadsel. Je zou weleens de indruk krijgen dat men het allemaal best vindt zoals het is.
Zolang een aantal zaken onbespreekbaar blijft, blijft het ook praten zonder dat het ergens toe leidt. Dat mag dan wel overleg worden genoemd. In wezen is het praten.

dinsdag 3 november 2009

Tijd is geld

Tijd is geld. Dat leert iedereen weleens.
Ik maak het dagelijks mee. Actielijsten, taken, agendabeheer, To-do-overzichten. Tijd indelen, plannen, structuur aanbrengen. Het gevoel dat je geleefd wordt. En ondertussen proberen duidelijkheid te verkrijgen over dit verschijnsel: tijd is geld. Geld is tijd.
Tijd die sinds dit jaar in prioriteiten verdeeld wordt: A, B, C en D. Taken die keurig ingedeeld worden in orde van toebedeling. Volgens een vaste volgorde. Eerst A, dan B en dan de rest – mocht er nog iets te vergeven zijn.

Als talendocent sta ik soms stil bij deze indeling. Waar staan deze letters eigenlijk voor? In eerste instantie geven ze een chronologische volgorde aan: de eerste vier letters van het Romeinse alfabet. Onschuldig, het had net zo goed I., II., III, IV. Kunnen zijn.

OF is deze indeling wellicht ook een soort keurmerk? Ik ken A-merken en B-movies, C-wegen. B-movies zijn toch echt van een mindere kwaliteit. C-wegen zijn veel minder comfortabel.

Of is dit ABCD-verhaal wellicht een anagram? En waar staat het dan voor?
Alles behalve constructief denken?
Aanpassen. Beoordelen. Controleren. Delegeren?
Alleen bergen chaotische drukexemplaren?
Alles blokkeren, creatief demotiveren?
Afzonderlijk, belazerd, cynisch, destructief.

Zo zijn er zeker nog meer mogelijkheden te bedenken. Ik stop er liever mee, anders vind ik straks nog ergens op mijn toetsenboard mijn cynisme terug. Laat ik liever nog naar een aantal opmerkelijke cijfers kijken.

Zo ‘verdient’ collega A. zes uur op jaarbasis voor het in orde houden van zijn lokaal. Als vaste beheerder mag hij al zijn lessen en één lokaal geven, inclusief een beamer, computer of een Smartbord. Het enige wat hij of zij doet is ervoor te zorgen dat er altijd voldoende proefwerkpapier ligt. Het schoonmaken van het bord en halen van nieuwe krijtjes vervalt immers, nu er in steeds meer lokalen met digitale schoolborden gewerkt wordt. Beloning voor een luxe? De directie vindt van niet.
Collega B. heeft niet zo’n geluk. Collega B. moet elke dag naar verschillende lokalen. Als het er drie zijn – en dat zijn het meestal – krijgt hij per dag ook zes uur vergoed voor het heen en weer lopen. Laat collega B. iemand zijn die op vier dagen heen en weer loopt. Dan krijgt hij hiervoor in totaal vierentwintig uur vergoed.
Dat is echt een luxe: collega A. heeft zich prima ingericht. Hij doet zijn cijferverwerking in zijn eigen lokaal op zijn eigen computer en krijgt hiervoor een vergoeding.
Collega B. schiet ook niet mis. Vierentwintig uur om naar je werk te komen is ook niet mis. Dan heeft hij nog geen een les gegeven.
Maar nu word ik weer cynisch.
Collega A. en collega B. krijgen beiden elk tien uur voor het bijwonen van een zestal vergaderingen. Die vergaderingen waarvan dezelfde directie zegt dat zij een impuls moeten geven aan de ontwikkeling van de school. Waar in principe de visie omgezet zou moeten worden naar concepten en waar ook nog eens gewerkt zou moeten worden aan de uitwerking van die concepten. De verhouding is een beetje krom. Maar goed. Tijd is geld. Tijd en geld vereisen dat er keuzes worden gemaakt. Als je het ene kiest kun je het andere niet doen. Zo simpel is dat helaas met keuzes. Tijd is geld. Maar geld is ook keuze.

Als dat zo is, ben ik dan rijk of arm? Het gevoel alle tijd te hebben is dan onschatbare rijkdom. En druk, druk, druk is mijn dagelijkse armoede.

woensdag 28 oktober 2009

Dynamisch maatwerk

Vandaag was er weer zo’n moment. Een moment waarop je denkt dat je een zin maar beter vier keer kunt lezen om de boodschap volledig op je in te laten werken. Zinsontleding kan hierbij soms helpen. Kijken naar de verschillende onderdelen van een zin en op die manier proberen de essentie eruit te halen.
Zoals bijna alle vragen op dit moment ging ook dit over het systeem om banen van collega’s te registreren.
Eergisteren drong een directielid erop aan dat nu alles definitief afgerond moet worden. Hij verwees naar afgesproken tijdpaden volgens het bekende reglement en benadrukte dat het voor hem en voor mij toch zeker ook niet uit te leggen was als collega’s langer moesten wachten. Mooi gesproken. Helaas met een kleine schoonheidsfout. De overzichten kloppen ook na drie keer controleren en fouten doorgeven bij pakweg 50% van alle collega’s niet.
Hoe kun je dat dan uitleggen?

Vandaag kwam er een tweede mail. Niet van het directielid zelf maar van zijn adjudant. Hij gaf antwoord op een aantal vragen over het (niet) invoeren van aangeleverde gegevens in het systeem en de ontbrekende communicatie hierover. Hier moest ik even bij stilstaan om het volledig tot me door te laten dringen:

Het vastleggen van lessen en taken per docent is te vergelijken met dynamisch maatwerk.

Hier sprak de professional. Managementjargon. Tekstballonnetjes. Rookgordijnen. Dynamisch en maatwerk zijn woorden met een uitgesproken positieve connotatie. Het klinkt veel beter dan:
We doen ons best.
We zijn druk bezig met…

En in ieder geval positiever dan: stilstaand prutswerk.

Ik heb het voor de zekerheid in een woordenboek opgezocht: iets wat dynamisch is, gebeurt met veel energie en beweging. Het tegenovergestelde van dynamisch is statisch of stilstaand. Hier sprak dus een grote aanhanger van de Griekse filosoof Heraklit: Panta rhei. Alles is in beweging. Niets blijft zoals het is. Oftewel: dit komt nooit af. En wat komt nooit af? Dat geeft het onderwerp van zijn zin aan: het vastleggen van lessen en taken per docent.

Tegenspraak met de mail van zijn baas de dag ervoor? Is hier sprake van een communicatieprobleem?

Maar los daarvan klopt de essentie van de zin ook helemaal niet. Er is niets minder waar dan dat het vastleggen van lessen en taken dynamisch is. Voor de grote vakantie worden lessen al toebedeeld aan collega’s. Die zijn dus geenszins dynamisch. Je mag hooguit hopen dat de invulling van de lessen door de docent zelf dynamisch gebeurt. Maar dit heeft niets met het vastleggen ervan te maken.
Daarnaast geeft het bekende reglement aan hoeveel lessen je mag geven, hoe de lessen met voor- en nawerk worden berekend en hoeveel uren voor bepaalde taken mogen worden toegekend. Allemaal variabelen die vast liggen. Ook hier is geenszins sprake van een dynamisch proces.
Het sommetje 1+1=2 is ook niet dynamisch. Net zo min als 2-1=1.
Maar dat is hoe in principe het vastleggen van lessen en taken hoort te gebeuren. Een afgesproken werktijdfactor wordt omgerekend naar klokuren. Van dit getal worden alle lessen en taken afgetrokken. Als het allemaal goed verloopt blijkt er aan het einde dat iemand dus voldoende werkt, te weinig werkt of te veel werkt. In principe een simpele aftreksom met vastliggende getallen. Wat hier nou dynamisch aan is weet ik niet.
Ik sluit met een citaat van een collega. Dit ging over hetzelfde onderdeel, alleen een ander facet van het grotere geheel:
voor een simpele jongen zoals ik is het allemaal niet meer te doorgronden. Echt niet.
Die zin hoefde ik niet vier keer te lezen. De boodschap was gelijk helder.

donderdag 22 oktober 2009

Under construction

Leertheorieën, de hele vakantie lang. Lang vergeten namen: Bruner, Ausubel, Vygotstky, Skinner, Pavlov, Chomsky, Piaget, Vermunt, Simons. Allemaal mannen die hun eigen theorie hebben ontwikkeld over de vraag hoe een mens (of dier) leert.

Voldoende aanknopingspunten zou je zeggen om na te denken over de vraag waarom sommige mensen niet zo goed zijn met denken of erg langzaam leren. Maar elke theorie is grijs. Zoals altijd kijken mensen naar het resultaat van het geleerde. Wat staat er onder de streep? Hoe dat resultaat tot stand is gekomen is vaak niet interessant. Of het wordt niet belicht. Warneembaar gedrag nomen de bahavioristen dat. Duurzame gedragsverandering de aanhangers van het cognitivisme. Het makkelijkst zijn constructivisten. Elk mens construeert zijn kennis op grond van zijn eigen warnemingen. Nieuwe ideeën worden gekoppeld aan reeds verworven kennis en op die manier geïntegreerd in het eigen wereldbeeld. Nieuwe kennis wordt dus geconstrueerd.
Leuke verklaring waarom sommige mensen niet op één lijn kunnen komen. Mijn werkelijkheid sluit niet aan bij die van iemand anders. En als iemand een erg beperkte kennis van zaken heeft zal het langer duren voor hij of zij dezelfde kennisstand heeft als de andere. Voor leerlingen interessant en voor docenten zeker waardevol. Basiskennis.
Maar ook een verklaring voor stilstand aan de top? Een goede verklaring waarom men altijd op zijn baas moet wachten? Hij of zij construeert nog de kennis die nodig is om basale feiten te integreren. “Under construction” krijgt in deze context een hele andere betekenis. Het bij constructivisme horende Aha-Erlebnis althans heb ik helaas de afgelopen twee jaar niet zo vaak meegemaakt. Niet bij mezelf maar ook niet bij mijn baas.
Leertheorieën, de hele vakantie lang. Een heel boek vol dat samengevat moet worden. Wat ik daarvan geleerd heb?
Het is maar beter om dingen te doen op het moment dat ze een meerwaarde hebben. Op het moment dat je nog echt iets nieuws kunt leren. Ik zit nu permanent in de zone van actuele ontwikkeling. Het is nu doorzetten, weerstand overwinnen. Het lukt aardig. Zes van de zeven hoofdstukken zijn samengevat. Afvinken is mijn motivatie. Niet intrensiek maar behoorlijk extern aangestuurd door mijn grote baas. Dat is niet erg. Dan doe ik het tenminste. Geen atribuut van de zelfstandige leerder…
Nu nog de laatste stap. Het hoofdstuk over problem oplossen. Dat lijkt me een leuke.
Iets waar ik al het hele jaar mee bezig ben. Ben benieuwd of ik daar nieuwe inzichten in kan vinden…
En vanaf maandag weer concrete problemen. Praktische problemen. Geen leertheorieën. Ook een vorm van motivatie.

woensdag 21 oktober 2009

Haus am Meer

Afgelopen maanden was het lied “Haus am See” van de Duitse zanger Peter Fox tamelijk vaak te horen op de radio. Ik zit er nu in zo’n huis, niet aan een meer maar aan zee. Prachtig weer, zonneschijn, heldere lucht, meer dan genoeg wind om uit te waaien.
Dit lijkt ook nodig. Drie maanden zitten erop. Drie maanden werk. Drie maanden waarin van alles is gebeurd. Ik kan alleen zelf niet de grote lijn hierin ontdekken. Iedereen doet wat. Iedereen probeert zijn best te doen. Dat betekent voor menigeen vooral: ZZ Top: zeiken en zeuren ten top. Meer energie steken in het niet moeten doen van een klus dan het uiteindelijk gekost zou hebben om het even te regelen. Dat hoort er helaas bij. Hakken in het zand, wijzen naar de ander, kijken naar de organisatie. Zelfverantwoordelijkheid is helaas niet voor iedereen weggelegd.
Zelf heb ik het gevoel dat ik vele malen uitgeruster aan de vakantie ben begonnen dan afgelopen jaar. Loslaten lukt aardig. Af en toe wordt er weer een balletje op mijn helft gelegd. Dan neem ik de verantwoordelijkheid en pak het balletje op. Maar er komt weinig terug. Beleidsontwikkeling staat stil aan de top. Wilde plannen werden aangekondigd, grote doelen zouden moeten worden nagestreeft. En vooral gerealiseerd. Maar helaas: er komt geen voorzet, er is geen ruimte om dit te delegeren. Het thema van dit schooljaar ‘Motivatie’ dat nader uitgewerkt zou moeten worden is nog steeds niet opgepakt. Het initiatief ligt al weken bij de baas aan top. Voor de herfstvakantie werd een nieuw idee gelanceerd om dit op te pakken. Een extern iemand is gespecialiseerd om leerlingen te interviewen. Een goed idee, ik heb opnames gezien van deze interviews. Ze maken indruk en nodigen uit om echt in gesprek te gaan. Grote baas spronk hier gelijk op in. Externe experts inhuren voor eigen werk lijkt een specialisme van haar te zijn. Als ik het maar zelf niet hoef te doen. Verschuilen achter zogenaamde experts. De offerte is opgestuurd. Ik heb hem doorgestuurd. Het is immers niet mijn budget. Even later kwam een al tamelijk gevulde agenda van de expert om alvast te kijken wanneer het schikt. Nou. Halverwege 2010 is er ruimte bij hem. Ben benieuwd of grote baas dit onderwerp nu uitstelt. Dan doen we het toch volgend schooljaar? Wat is een jaar in een mensenleven?

De wind doet me goed. Uitwaaien. Energie opdoen voor de volgende zeven weken. Ik zit ’s ochtend te werken aan een klote opdracht die mijn studie heeft verzonnen. Een casus over een denkbeeldige school in Rotterdam. Er is van alles mis: criminaliteit, drugs, mishandeling, bedreiging, geen motivatie, taakgerichte communicatie, spijbelen, noem maar op. Geen stereotiep over het vmbo dat niet in deze casus zit. Op verschillende aspecten moet advies worden uitgebracht. Hoe kunnen leerlingen zelfstandig leren op deze school, hoe kun je gebruik maken van de indeeën over meervoudige intelligentie, welke leertheorieën kunnen worden toegepast. Advies over zeven verschillende aspecten op een handig A-4’tje per onderdeel. Ik zit met uitzicht op zee aan een tafel met mijn laptop voor me. Blijk op oneindig is niet zo moeilijk aan zee. Er staan immers geen gebouwen of bomen die het zicht belemmeren. Er wordt met stereotiepen gespeeld, dan gooi ik wat steroetiepen terug. Laten we de klassieke conditionering weer doen herleven. Bekende reflexen koppelen we aan nieuwe stimuli. Huiswerk niet in orde? Afzeiken voor de klas. Boek vergeten? Uit de les sturen!
Herleven is wellicht het verkeerde woord. Een aantal collega’s is helaas blijven steken in de tijd van Pavlov, Watson en Skinner. De school als Skinner box. Dan wil ik graag de graantjes uitdelen…

woensdag 14 oktober 2009

Het systeem en ander nare dingen

Auf die Plätze, fertig, los…
Oftewel: aan de slag! Waarmee? Met welk doel? Voor hoeveel uur? Wie? Ik? En jij? Waarvoor? Voor wie? Wat wil je nou? Wat wil ik? Zijn jouw wensen congruent met die van mij?
De scheidslijn van wat bij je werk hoort en wat niet is niet altijd even helder.
Deze zin heb ik weer ergens gelezen. Erg wordt het vooral als deze lijn eigenlijk duidelijk is maar door een systeem steeds meer vervaagt. Een cultuur overheerst. De cultuur van: als het maar klopt op papier. Natuurlijk is het logisch dat er niet meer geld uitgegeven mag worden als er geld beschikbaar is. Er zijn vier mensen bezig om alles in kaart te brengen. Drie andere mensen moeten het systeem voeden. Het systeem: een groot computerprogramma om het werk van de mensen die op onze school werken nauwkeurig in cijfertjes te meten en uit te drukken. Het systeem dat tot religie wordt verheven, een poging om controle uit te oefenen.
Ik leefde altijd in de veronderstelling dat systemen mensen moeten helpen om zaken te vergemakkelijken, om mensen duidelijkheid te verschaffen, om werk te verminderen. Het tegenovergestelde is nu het geval. We creëren zelf weerstand. Mensen stellen vragen over het systeem, mensen stellen vragen over de mensen achter het systeem. Vragen waar niemand een simpel antwoord op heeft.
Het systeem werkt niet maar in plaats van de fout in het systeem te zoeken of een ander systeem te hanteren worden vragen gesteld over de manier waarop met dit systeem wordt omgegaan. Het systeem zelf blijft buiten beschouwing. Het systeem creëert onwijs veel papier. Maar: papier is geduldig. Op papier kun je lezen dat het niet klopt. Je krijgt het ook nog eens zwart op wit.
Mensen stellen vragen, mensen sturen mails. Ik stel ook vragen, ik stuur ook mails. Energie wordt gestoken in het verkrijgen van verheldering over het systeem. Dag in, dag uit worden cijfertjes aangepast. Formules worden ingetikt die vervolgens aan de verkeerde personen worden gekoppeld. Werktijdfactoren worden verlaagd maar lessen worden niet uit het systeem gehaald. Gek dat mensen dan opeens volgens het systeem te veel werken? Het zal wel aan die persoon zelf liggen. Het systeem zelf in onaantastbaar.
Vandaar kreeg ik dus vandaag ook een opdracht. Schrijf maar alle vragen op die je hebt. Dan gaat BAS met baas van het systeem praten. Hopeloze missie. De een weet niets van de systematiek van het systeem, de ander redeneert vanuit het systeem. Prettige wedstrijd! Het einde is niet in zicht. De oplossing even min.

De oplossing voor een andere situatie lag eigenlijk al dichtbij. Een zieke collega had aangegeven de draad weer op te willen pikken. Voorgesprekken hebben plaatsgevonden. Zorgvuldig – zonder weken te bezinnen – had ik de gesprekken voorbereid. Niet te veel forceren, voorzichtig kijken naar mogelijkheden. Een terugkeer bleek in zicht. De oplossing kortgesloten met BAS. BAS die in veel ‘ik-zinnen’ de oplossing aan zes mensen presenteert. Waar ik bang voor was is vandaag al gebeurd. Dat de mensen vragen hadden is nog niet zo erg. Maar dat BAS het niet nodig vindt om ondanks mijn nadrukkelijk verzoek in haar mail te schrijven dat de collega’s even niet hierover met de persoon in kwestie moesten communiceren was finaal over het hoofd gezien.
En zo geschiedde het kwaad. Zonder achterliggende gedachtes mailen mensen hun zieke collega en geven aan dat ze blij zijn dat hij aan het opknappen is en weer terugkeert. Collegialiteit, aandacht, troost.
Alleen: dat moest nog voorzichtig worden besproken. Wanneer precies? Hoeveel uur? Welke taken? Wat kan wel? Wat laten we nog even liggen? Kortom: een re-integratie gesprek stond gepland. Dat hele gesprek kwam op losse schroeven te staan. De mails over vermeend genomen besluiten kreeg de persoon in kwestie via de mail. Niet zoals het hoort van mij in een persoonlijk gesprek maar door een collega via de mail. Een moeizaam telefoongesprek was het gevolg. In plaats van een optimistische inslag kreeg het nu de toon van een verwijt dat er over hem en niet met hem was gesproken. Slordig, overbodig, onzorgvuldig maar vooral onpersoonlijk. Maar ja: zoals ik gisteren schreef. Als zorgvuldige bezinners opeens veranderen in slordige doeners vallen er steken.

Ik weet niet hoe dit weer recht gebreid kan worden. Ik hoop dat het überhaupt weer goed komt. Er is iemand behoorlijk gekwetst. Er zit iemand nu weer behoorlijk in de put. Gevolg van slordige communicatie. Gevolg van onvoldoende voorbereiding. De keus om zaken opeens hapsnap te regelen. Niet zorgvuldig, geen persoonlijk leiderschap, veel indekken en vermeende daadkracht. Daar waar eventjes voorzichtig handelen de beste oplossing was geweest.
Maar ach: keuzes. Die zijn zo makkelijk nog niet…

dinsdag 13 oktober 2009

Samenwerken

Ieder mens is uniek. Dat is net zo’n platte kreet als ‘ieder mens heeft zo zijn eigen gebruiksaanwijzing’. Onlangs werd ik weer op gewezen. Precies: de time managementkalender 2009. Die kalender waar diegene die ons zo op het hart drukte om hier ons voordeel mee te doen zelf nooit tijd voor heeft om naar te kijken. Druk, druk, druk. Je hebt denkers, doeners, bezinners en beslissers. En die kunnen allemaal perfectionistisch, slordig, impulsief, onzeker, rechtlijnig, zorgvuldig, creatief enzovoorts zijn. Dat is allemaal waar. Helaas zitten er soms gevaarlijke combinaties tussen. Ik ken iemand die is een zorgvuldige bezinner. In zijn zorgvuldigheid schuilt een zeker perfectionisme. Deze bezinner bezint zich zo goed, zo zorgvuldig en zo perfectionistisch op allerlei vraagstukken dat de oplossing niet meer nodig is op het moment dat deze bezinner heeft verzonnen welke mogelijkheden er eventueel zijn om een probleem in kaart te brengen.
In een gewone kalender had men waarschijnlijk woorden zoals traag of besluiteloos gevonden. Maar managers gebruiken graag dure woorden. Bezinner heeft iets zwaars: onderzoekend, analytisch, grondig waren ook passende attributen geweest om traagheid te versluieren. Een positieve draai aan een negatieve eigenschap geven: dat is wat er in managementjargon gebeurt.
Het wordt ingewikkeld als een zorgvuldige bezinner opeens snel actie moet ondernemen. Soms is dat helaas onvermijdelijk als knopen moeten worden gehakt. Dan wordt de zorgvuldige bezinner opeens een slordige doener. Besluiten worden genomen zonder na te denken over de correctheid van het besluit of de gevolgen ervan.
Vandaag was er een prachtige situatie:
een collega is sinds medio september ziek gemeld. Na enkele gesprekken en een bezoek bij de bedrijfsarts kreeg ik het advies dat er na de vakantie langzaam aan re-integratie gedacht kon worden.
Wat was ondertussen gebeurd? Niet veel!
Nadenken, bezinnen, brieven formuleren aan ouders die zich ongerust vragen of hun kinderen geen les meer krijgen. Brieven aanpassen, niet versturen. Overleg plannen en niet door laten gaan over mogelijke oplossingen binnen de sectie.

Vandaag vroeg ik hoe het met de vervanging zat. BAS had ook een mail gekregen waarin het voorstel tot re-integratie van de collega werd besproken. Lezen is een lastige. Een tekst tot je opnemen en dan de juiste conclusies hieruit trekken kost tijd, zeker als je eerst bezint op de inhoud en die dan zorgvuldig laat bezinken. Er gaan weleens drie weken overheen.
Vandaag vroeg ik dus aan BAS welke lessen de collega dan zou kunnen geven. Er waren immers al klassen herverveeld binnen de rest van de sectie. Nog niet zo ver dat er daadwerkelijk les werd gegeven. Dat heeft tegenwoordig allemaal geen haast meer. Eerst bezinnen, dan laten bezinken om het vraagstuk na verloop van tijd weer boven te halen om te bezinnen op de eigenlijke vraag. Dat is de gang van zaken tegenwoordig. Maar ach: er moeten eigen trainingen worden gevolgd, er moet een huis worden verkocht. Er moet zo veel in het leven. Allemaal dingetjes die interessanter zijn dan een zieke collega die moet re-integreren of kinderen die gewoon les moeten hebben.

Ik gaf aan dat ik deze week wel met een duidelijk voorstel en een goed doordacht plan naar de collega wilde komen om hem een perspectief voor zijn re-integratie te bieden, zonder dat hij gelijk weer terugvalt.
Wapperen! Eindelijk weer eens. Ik was het bijna al weer vergeten. Dat krijg je als je geen overleg meer hebt. Als de samenwerking alleen maar nog bestaat uit korte gesprekken over de vraag hoe je weekend was. Kort, is momenteel mijn standaardantwoord. Geen wonder na het besluit vorig schooljaar om een vrije dag te schrappen.
“Maar het zou toch langer duren?”, vroeg BAS.
Tijd is relatief. Dat zei Einstein al. Zes weken in een behoorlijk lange tijd. Zes weken duren eeuwig als je docent bent en ziek. De zes weken zijn na de herfstvakantie voorbij en ik had in mijn mail al geschreven dat de collega er zelf ook over na zat te denken om na de vakantie de draad weer op te pikken. Kort gesloten met de bedrijfsarts die dit een goed idee vond.
Met nog vier dagen te gaan is de deadline voor een mogelijke oplossing opeens erg dichtbij.
“Welke oplossing zie je zelf?” Daar was die weer. Terugkaatsen.
Ik gaf aan dat ik geen flauw idee had hoe de herverdeling had plaatsgevonden en vooral hoe die eruit zag. Als kleine teamleider ben ik hierbij niet betrokken geweest.
Dat kon BAS nog wel oplepelen. Vervolgens uitgelegd welke lessen ik graag aan de collega zou willen toebedelen, rekening houdend met zijn capaciteiten en beperkingen. BAS maakte een kopie van mijn aantekeningen en probeerde vervolgens een mail te sturen naar alle betrokken personen, inclusief het fossiel dat achter de schermen kennelijk ook een rol had gespeeld in dit verhaal. De klassentoebedeling is helaas niet conform de lessen die zijn herverdeeld. In het mailtje zijn drie klassen helemaal niet genoemd. Wie die over gaat nemen? Ik weet het niet. Ik ben bang dat dit mailtje alleen maar vragen oproept. Hoewel: bang? Ik vind het eigenlijk wel grappig. De mail stikte van de ‘ik’-zinnen. Ik denk dat…, ik wil dat …, ik neem aan dat… - onderwijskundig en persoonlijk leiderschap ten top. Een manager die een probleem signaleert en het probleem aanpakt. Goed gedaan, BAS! Uitstekend nagedacht. Belangen van de organisatie en de individuele docenten perfect in evenwicht.
Als men ideeën van anderen overneemt moet je dat ook goed doen. Wederom gaat As aan de haal met de ideeën van iemand anders. Voortzetting van vorig jaar. Het gaat mij niet om de veren. De oplossing vind ik belangrijker dan de complimentjes.
Deze onderwijskundige visie en het persoonlijk leiderschap kan Bas morgen weer tonen. Het derde locatieoverleg van het jaar met BAS. Pas! Er staan wederom de speerpunten op de agenda. We zijn pas zes zeven weken op stap. Maar ach. En weer stond het grappig zinnetje op de agenda dat de teamtaken met de speerpunten van de locatie moeten overeenstemmen: congrueren zoals BAS dat schrijft. Managementtaal. Helaas niet congruent met de afspraak die in de directie was gemaakt. Helaas ook niet congruent met het besluit in het vorige locatieoverleg. Maar ach: het vorige overleg was zes weken geleden. Niet genoeg tijd om je te bezinnen.
Het stukje in de kalender had overigens de titel: samenwerken.
Daar moet ik eens goed over nadenken. Bezinnen hoe dat nou eens vorm gegeven kan worden.