Er zijn mensen die in principe altijd een haar in de boter vinden omdat zij – als zij ervoor zitten – net zo lang hun hoofd schudden tot dat er eentje in de boter valt.
Kritisch. Dat zijn we met zijn allen. Een vergadering beginnen met de vraag wat er nou goed ging klinkt verdacht. Waarom eigenlijk? Mogen we niet tevreden zijn als iets goed ging?
Het lijkt er vaak op als of in onderwijsland erg veel mensen rondlopen die een wereldondergang zou troosten alleen omdat zij hem voorspeld hebben.
Psychologen wijzen er echter regelmatig op dat je alleen bevestigd krijgt wat je van tevoren had verwacht. Als je een mislukking (iets kleiner dan een wereldondergang) verwacht dan duidt je alle signalen als passende voorboden.
Zie je wel? Ik zei het toch? Ik heb je nog zo gewaarschuwd. Dit wordt niets. Dit was helemaal niets.
Goed want… komt zelden voor.
Goed maar… is standaard.
Wat een verschil aan effect kan het echter hebben als je de goede kanten van iets belicht? Is diegene die feedback krijgt dan niet veel ontvankelijker voor tips en verbeterpunten?
Wij zijn liever kritisch. Met als gevolg dat wij etiketteren, afstempelen, beoordelen.
Wie de ander klein maakt is nooit groot.
Klinkt makkelijk, logisch, vanzelfsprekend maar is helaas zelden de realiteit. Eigen fouten en tekortkomingen verbergen door de andere op zijn fouten en tekortkomingen te wijzen is helaas dagelijks aan de orde.
Het zou ook zo kunnen zijn dat je veranderingen ziet als een experiment of als een manier waarop je (zelf) iets leert. Dan bestaat mislukken namelijk niet langer. Een experiment levert namelijk altijd iets op. Je leert hoe je het niet moet doen, of je leert hoe het wel moet.
We houden in onderwijsland niet zo van experimenten. Dit vraagt namelijk een andere mentaliteit. Een andere opstelling in een klas is al eng. Een andere opstelling bij een vergadering? O, nee. We gaan toch niet weer raar doen, hè?
Een andere insteek kiezen? Vraagtekens en weerstand zijn het gevolg.
Albert Einstein heeft een prachtige uitspraak gedaan:
Je kunt problemen niet op het niveau oplossen waarop zij zijn ontstaan.
Daar zit veel wijsheid in. Voor zijn relativiteitstheorie heeft hij geen enkel experiment uitgevoerd. Hij vertrouwde gewoon op de macht van zijn eigen gedachten.
Pas veel later hebben wetenschappers met superdure apparatuur nagewezen wat hij alleen had gedacht. Gedachten experimenten. We voelen ons daar niet veilig bij. Dit is gek, wollig, niet nauwkeurig, niet geschikt, niet bewezen en dus niet uitvoerbaar.
Gek is dat. Wij docenten die het denken van leerlingen moeten stimuleren hebben een hekel aan denkopdrachten. Laten we het klein houden, laten we praktische dingen doen. Geen concepten, geen plannen. Straks ben ik medeplichtig en kan ik erop worden aangesproken dat ik hieraan mee heb gewerkt.
Dan kan ik niet meer zeuren en klagen.
Of in het ergste geval niet meer met mijn hoofd schudden. En dan vind ik ook geen haar in de boter…
Lang leve de kaalheid!
vrijdag 20 november 2009
woensdag 18 november 2009
Het nut van classificaties
Alle classificaties die ik maak zijn willekeurig, kunstmatig, fout. Elke classificatie is namelijk gebaseerd op mijn eigen overtuigingen, observaties, gevoelens en herinneringen.
Tegelijkertijd is elke classificatie van mij nuttig, onontbeerlijk en vooral onvermijdelijk omdat dit proces een – wellicht – aangeboren tendens in mijn denken volgt. Alles netjes in hokjes, kringen, cijfers tot uitdrukking brengen – ordenen, opslaan, verwerken.
Gedicht horen te bestaan uit coupletten, een pagina moet alinea’s hebben, een zin een einde met een punt. Anders voel ik mij zeldzaam verontrust, bevreemd en vermoeid. Dan moet ik namelijk zoeken naar een zin die zich niet zonder meer wil openbaren. Het past niet in mijn denkschema, voldoet niet aan mijn verwachtingen. En dat is lastig. Onverklaarbare zaken verklaren is wat wij elke dag proberen. Grip krijgen op de gedachtewereld van een leerling zou niets anders moeten betekenen dan iemand begrijpen. Al te vaak volgen wij helaas alleen ons eigen gedragspatroon dat wij als enige goede accepteren.
Denken is dus classificeren oftewel nieuwe informatie proberen in een simpel, algemeen begrijpelijk systeem op te slaan, liefst je eigen systeem.
Volgens mij ben ik niet de enige met dit probleem. De Gestaltpsychologen kunnen hier veel zinnigere dingen over zeggen.
Als dit echter zo is, dan is iemand als Dante wellicht alleen succesvol geweest omdat hij de gruwelijke, vreemde onderwereld overzichtelijk heeft ingedeeld in overzichtelijke kringen, een systeem dat ook voor simpele geesten zoals ik begrijpelijk is.
Wellicht is iemand als Pavlov zo geaccepteerd omdat hij door een simpele truc probanden wist te manipuleren. De complexiteit van het brein beperken tot een stimulus-respons.
Wellicht is iemand als Plato alleen zo beroemd omdat hij rond 2500 jaar geleden het begrip waarheid dusdanig gedefinieerd heeft dat er tot nu toe nog geen betere definitie gevonden is (Iets is waar als het dingen beschrijft zoals zij zijn). Alsof er ooit zoiets als een objectieve waarneming bestond. Misschien is waarheid daarom ook zo’n verdraaid lastig verschijnsel…
En wellicht was Einstein alleen zo succesvol omdat hij probeerde het allergrootste mysterie vatbaar te maken: de tijd.
De tijd, dit zeldzaam fenomeen: vluchtig, niet grijpbaar, zonder gestalte. Alle pogingen om de tijd te categoriseren hebben er niet toe geleid dat we er echt grip op hebben gekregen. De geschiedenis wordt ingedeeld in epochen, tijdperken, eeuwen.
En toch is tijd alleen maar het kruispunt tussen twee ondoorgrondelijke dreigingen. Het verleden dat al voorbij is maar zijn invloed blijft uitoefenen op mijn bestaan in het hier en nu. En de toekomst die nog niet is maar toch al beangstigend mijn nu en hier belast. Alleen het hier en nu krijgen we nooit te vatten. Het is vluchtig, voorbijtrekkend en zo voorbij.
We willen de tijd bezitten maar zijn ervan bezeten. Constant gehaast op zoek wat wij ‘morgen’ noemen en toch niet te pakken krijgen. Maar wellicht ben ik juist daarom permanent bezig om mijn tijd in te delen. In steeds kleinere porties, overzichtelijk, klein, seconden, minuten om het idee te krijgen dat ik de tijd kan controleren.
Wat een hoon is een zin zoals ‘je moet daar goed de tijd voor nemen’. Tijd kun je niet nemen. Zij ligt niet in een schap bij de C1000.
De tijd zal het uitwijzen, is ook zo eentje. De tijd heeft nog nooit iets uitgewezen. Hooguit uitgezet, namelijk mensen uit het leven.
Welke illusie schuilt toch in de gezegde dat iemand zijn tijd doodt of van iemand die even de tijd terug wil draaien.
Tijd: we praten er de hele tijd over, in een poging om iets dat wij niet kunnen classificeren toch in te delen. Voor de een vliegt de tijd zo voorbij, terwijl de ander zijn tijd maar zit uit te zitten.
Beide classificaties kloppen. Het hangt alleen af van het systeem dat je hanteert: je eigen waarneming.
Waarom praten we dan eigenlijk nog over werkdruk, taken en andere zaken die ook niet objectief meetbaar zijn????
Ik weet het niet meer. Ik vraag me af of ik dit ooit nog zou willen weten. Het is alleen zo dat het systeem – niet mijn systeem – dit wil en moet weten.
Daarom ga ik morgen braaf weer uurtjes tellen…
Tegelijkertijd is elke classificatie van mij nuttig, onontbeerlijk en vooral onvermijdelijk omdat dit proces een – wellicht – aangeboren tendens in mijn denken volgt. Alles netjes in hokjes, kringen, cijfers tot uitdrukking brengen – ordenen, opslaan, verwerken.
Gedicht horen te bestaan uit coupletten, een pagina moet alinea’s hebben, een zin een einde met een punt. Anders voel ik mij zeldzaam verontrust, bevreemd en vermoeid. Dan moet ik namelijk zoeken naar een zin die zich niet zonder meer wil openbaren. Het past niet in mijn denkschema, voldoet niet aan mijn verwachtingen. En dat is lastig. Onverklaarbare zaken verklaren is wat wij elke dag proberen. Grip krijgen op de gedachtewereld van een leerling zou niets anders moeten betekenen dan iemand begrijpen. Al te vaak volgen wij helaas alleen ons eigen gedragspatroon dat wij als enige goede accepteren.
Denken is dus classificeren oftewel nieuwe informatie proberen in een simpel, algemeen begrijpelijk systeem op te slaan, liefst je eigen systeem.
Volgens mij ben ik niet de enige met dit probleem. De Gestaltpsychologen kunnen hier veel zinnigere dingen over zeggen.
Als dit echter zo is, dan is iemand als Dante wellicht alleen succesvol geweest omdat hij de gruwelijke, vreemde onderwereld overzichtelijk heeft ingedeeld in overzichtelijke kringen, een systeem dat ook voor simpele geesten zoals ik begrijpelijk is.
Wellicht is iemand als Pavlov zo geaccepteerd omdat hij door een simpele truc probanden wist te manipuleren. De complexiteit van het brein beperken tot een stimulus-respons.
Wellicht is iemand als Plato alleen zo beroemd omdat hij rond 2500 jaar geleden het begrip waarheid dusdanig gedefinieerd heeft dat er tot nu toe nog geen betere definitie gevonden is (Iets is waar als het dingen beschrijft zoals zij zijn). Alsof er ooit zoiets als een objectieve waarneming bestond. Misschien is waarheid daarom ook zo’n verdraaid lastig verschijnsel…
En wellicht was Einstein alleen zo succesvol omdat hij probeerde het allergrootste mysterie vatbaar te maken: de tijd.
De tijd, dit zeldzaam fenomeen: vluchtig, niet grijpbaar, zonder gestalte. Alle pogingen om de tijd te categoriseren hebben er niet toe geleid dat we er echt grip op hebben gekregen. De geschiedenis wordt ingedeeld in epochen, tijdperken, eeuwen.
En toch is tijd alleen maar het kruispunt tussen twee ondoorgrondelijke dreigingen. Het verleden dat al voorbij is maar zijn invloed blijft uitoefenen op mijn bestaan in het hier en nu. En de toekomst die nog niet is maar toch al beangstigend mijn nu en hier belast. Alleen het hier en nu krijgen we nooit te vatten. Het is vluchtig, voorbijtrekkend en zo voorbij.
We willen de tijd bezitten maar zijn ervan bezeten. Constant gehaast op zoek wat wij ‘morgen’ noemen en toch niet te pakken krijgen. Maar wellicht ben ik juist daarom permanent bezig om mijn tijd in te delen. In steeds kleinere porties, overzichtelijk, klein, seconden, minuten om het idee te krijgen dat ik de tijd kan controleren.
Wat een hoon is een zin zoals ‘je moet daar goed de tijd voor nemen’. Tijd kun je niet nemen. Zij ligt niet in een schap bij de C1000.
De tijd zal het uitwijzen, is ook zo eentje. De tijd heeft nog nooit iets uitgewezen. Hooguit uitgezet, namelijk mensen uit het leven.
Welke illusie schuilt toch in de gezegde dat iemand zijn tijd doodt of van iemand die even de tijd terug wil draaien.
Tijd: we praten er de hele tijd over, in een poging om iets dat wij niet kunnen classificeren toch in te delen. Voor de een vliegt de tijd zo voorbij, terwijl de ander zijn tijd maar zit uit te zitten.
Beide classificaties kloppen. Het hangt alleen af van het systeem dat je hanteert: je eigen waarneming.
Waarom praten we dan eigenlijk nog over werkdruk, taken en andere zaken die ook niet objectief meetbaar zijn????
Ik weet het niet meer. Ik vraag me af of ik dit ooit nog zou willen weten. Het is alleen zo dat het systeem – niet mijn systeem – dit wil en moet weten.
Daarom ga ik morgen braaf weer uurtjes tellen…
vrijdag 13 november 2009
rapportvergadering
Die is echt dom. Hij snapt het niet. Hij denkt echt dat hij niets hoeft te doen.
Zomaar drie uitspraken die tijdens een rapportvergadering gemaakt zijn.
Het is weer eens november. Tijd voor de eerste afrekening met de leerling. Zo schijnt het als je naar de oordelen van enkele collega’s luistert.
Een typisch voorbeeld:
Wat kun jij over leerling X. vertellen?
Hij staat een 5,3.
Ja, dat zie ik. Hoe komt dat?
Hij heeft drie cijfers gehad. Wacht even. Een 5,7, een…
Ja. Dat zie ik ook. Dat staat allemaal op de lijst. Maar waar ligt dit volgens jou aan?
Dat kan ik niet zeggen. Wellicht leert die niet goed. Ja, ik denk dat het dat wel is.
Je zou bijna willen vragen of de collega wel weet over welke leerling wij het hebben. De leerling door de collega laten aanwijzen op een fotolijst. Of vragen of die ooit een gesprek met de betreffende leerling heeft gevoerd. Wel zo pijnlijk…
Of collega Y:
Die leerling heeft nooit iets af. Als hij wat moet inleveren komt het altijd te laat. En dat ook alleen maar als je hem drie keer hebt helpen herinneren. Het is echt verschrikkelijk.
Dat is lastig. Het is wel een voorbeeld van waarneembaar gedrag. Weliswaar met een oordeel op het einde. Maar goed: iedereen moet eens stoom afblazen.
Maar bij die collega Y. zou ik ook eens willen vragen wanneer hij nou de definitieve planning van zijn project inlevert. Een week geleden was afgesproken. Ik heb je drie keer helpen herinneren. Vind je dat ook verschrikkelijk?
En dan is er ook nog collega Z.:
Die leerling denkt zeker dat die alleen maar naar school hoeft te komen voor de lol. Hij doet niets, alleen maar zitten. Hij denkt echt dat de cijfers allemaal wel van zelf komen.
Wow. We hebben iemand die gedachtes kan lezen in ons midden. Ik bedoel: hoe weet je wat de ander denkt. Heb je dit de leerling horen zeggen?
‘Yo, mees. Maak je niet druk. Het komt goed. Ik weet dat de cijfers beter worden zonder dat ik iets ervoor moet doen. Weet je. School is toch alleen maar lol trappen. Komt goed, mees.’
Of een handjevol collega’s:
Leerling N. is een lastige leerling. Ik denk dat het beter is als hij een niveau lager geplaatst wordt. Laat hem maar lekker de mavo doen…
O ja? Vertoont die daar niet hetzelfde gedrag?
Nee, maar daar komt die bij leerlingen met hetzelfde gedrag.
Heb je dan twijfels aan zijn capaciteiten? Ik zie namelijk niets op de lijst staan.
Nee, maar met dit gedrag komt die er nooit.
Moeten we dan wellicht proberen aan zijn gedrag te werken? Heb jij je diploma gekregen omdat je altijd goed gedrag vertoond hebt?
Nee. Maar wat heeft dit hiermee te maken?
Alles... Of bevorderen we voortaan leerlingen op grond van hun gedrag?
Tot slot nog het verzoek van mij om bij de volgende keer de afgesproken cijfers over het taalniveau van leerlingen in te voeren. Gezucht is het geval.
Nee, dat doe ik niet, zegt collega XYZ.
Waarom niet?
Nee, dat stelt toch niets voor.
Oké. Maar blijf je nog wel cijfers voor Engels geven dan?
Ja natuurlijk.
Waarom dan?
Het moet toch?
Waarom?
Je moet toch cijfers geven? Dat is toch de afspraak?
Nou en? Dat interesseert je toch ook niet als het gaat om het taalniveau van de leerlingen?
Dat is nou echt flauw. Wat heeft dat met Engels te maken?
Nou. Wat heeft dat met cijfers te maken? Je hebt het toch over afspraken?
En zo kun je nog pagina’s lang doorgaan. Praten over de leerling is veel makkelijker dan praten met de leerling. Beoordelen en veroordelen is zo veel fijner dan een plan van aanpak bespreken. Anderen aan afspraken houden is makkelijker dan zelf afspraken nakomen.
Dat blijkt weer eens. Maar voor deze inzicht had ik geen rapportvergadering nodig…
Je wordt er soms moedeloos van. Aan de ene kant klagen over het tekort aan tijd voor een vergadering maar aan de andere kant klagen, zeuren, veroordelen. Is dit hoe je leerlingen wilt bespreken? Schrap de vergaderingen dan maar helemaal.
Wellicht dat ik morgen maar een paar leerlingen meeneem naar een rapportvergadering. Kijken of dezelfde collega dan nog dezelfde woorden gebruikt…
Zomaar drie uitspraken die tijdens een rapportvergadering gemaakt zijn.
Het is weer eens november. Tijd voor de eerste afrekening met de leerling. Zo schijnt het als je naar de oordelen van enkele collega’s luistert.
Een typisch voorbeeld:
Wat kun jij over leerling X. vertellen?
Hij staat een 5,3.
Ja, dat zie ik. Hoe komt dat?
Hij heeft drie cijfers gehad. Wacht even. Een 5,7, een…
Ja. Dat zie ik ook. Dat staat allemaal op de lijst. Maar waar ligt dit volgens jou aan?
Dat kan ik niet zeggen. Wellicht leert die niet goed. Ja, ik denk dat het dat wel is.
Je zou bijna willen vragen of de collega wel weet over welke leerling wij het hebben. De leerling door de collega laten aanwijzen op een fotolijst. Of vragen of die ooit een gesprek met de betreffende leerling heeft gevoerd. Wel zo pijnlijk…
Of collega Y:
Die leerling heeft nooit iets af. Als hij wat moet inleveren komt het altijd te laat. En dat ook alleen maar als je hem drie keer hebt helpen herinneren. Het is echt verschrikkelijk.
Dat is lastig. Het is wel een voorbeeld van waarneembaar gedrag. Weliswaar met een oordeel op het einde. Maar goed: iedereen moet eens stoom afblazen.
Maar bij die collega Y. zou ik ook eens willen vragen wanneer hij nou de definitieve planning van zijn project inlevert. Een week geleden was afgesproken. Ik heb je drie keer helpen herinneren. Vind je dat ook verschrikkelijk?
En dan is er ook nog collega Z.:
Die leerling denkt zeker dat die alleen maar naar school hoeft te komen voor de lol. Hij doet niets, alleen maar zitten. Hij denkt echt dat de cijfers allemaal wel van zelf komen.
Wow. We hebben iemand die gedachtes kan lezen in ons midden. Ik bedoel: hoe weet je wat de ander denkt. Heb je dit de leerling horen zeggen?
‘Yo, mees. Maak je niet druk. Het komt goed. Ik weet dat de cijfers beter worden zonder dat ik iets ervoor moet doen. Weet je. School is toch alleen maar lol trappen. Komt goed, mees.’
Of een handjevol collega’s:
Leerling N. is een lastige leerling. Ik denk dat het beter is als hij een niveau lager geplaatst wordt. Laat hem maar lekker de mavo doen…
O ja? Vertoont die daar niet hetzelfde gedrag?
Nee, maar daar komt die bij leerlingen met hetzelfde gedrag.
Heb je dan twijfels aan zijn capaciteiten? Ik zie namelijk niets op de lijst staan.
Nee, maar met dit gedrag komt die er nooit.
Moeten we dan wellicht proberen aan zijn gedrag te werken? Heb jij je diploma gekregen omdat je altijd goed gedrag vertoond hebt?
Nee. Maar wat heeft dit hiermee te maken?
Alles... Of bevorderen we voortaan leerlingen op grond van hun gedrag?
Tot slot nog het verzoek van mij om bij de volgende keer de afgesproken cijfers over het taalniveau van leerlingen in te voeren. Gezucht is het geval.
Nee, dat doe ik niet, zegt collega XYZ.
Waarom niet?
Nee, dat stelt toch niets voor.
Oké. Maar blijf je nog wel cijfers voor Engels geven dan?
Ja natuurlijk.
Waarom dan?
Het moet toch?
Waarom?
Je moet toch cijfers geven? Dat is toch de afspraak?
Nou en? Dat interesseert je toch ook niet als het gaat om het taalniveau van de leerlingen?
Dat is nou echt flauw. Wat heeft dat met Engels te maken?
Nou. Wat heeft dat met cijfers te maken? Je hebt het toch over afspraken?
En zo kun je nog pagina’s lang doorgaan. Praten over de leerling is veel makkelijker dan praten met de leerling. Beoordelen en veroordelen is zo veel fijner dan een plan van aanpak bespreken. Anderen aan afspraken houden is makkelijker dan zelf afspraken nakomen.
Dat blijkt weer eens. Maar voor deze inzicht had ik geen rapportvergadering nodig…
Je wordt er soms moedeloos van. Aan de ene kant klagen over het tekort aan tijd voor een vergadering maar aan de andere kant klagen, zeuren, veroordelen. Is dit hoe je leerlingen wilt bespreken? Schrap de vergaderingen dan maar helemaal.
Wellicht dat ik morgen maar een paar leerlingen meeneem naar een rapportvergadering. Kijken of dezelfde collega dan nog dezelfde woorden gebruikt…
woensdag 11 november 2009
de mier
Een mierenhoop is een goed georganiseerde staat. Duidelijke hiërarchieën, duidelijk verdeelde taken, ijverige mieren die braaf hun werk doen, communicatie die afgestemd is op het eigenlijke doel.
Maar wat is eigenlijk het doel van een mierenhoop? In eerste instantie om de mierenhoop in stand te houden. Een geoliede organisatie dus om een organisatie in stand te houden. Het individu telt niets, de organisatie alles. De individuele mier is in principe tamelijk dom. Dat klinkt weinig humaan. Maar mieren zijn niet beroemd om hun intellect. Volgens mij heeft nog nooit een mier de Nobelprijs voor natuurkunde gewonnen. Maar ik volg dit gebeuren ook niet nauwkeurig.
En toch werkt een mierenhoop net als een menselijk brein. De menselijke hersenen bestaan in principe ook uit een hoop individuele cellen. De individuele hersencel is op zich ook heel erg dom. Alleen door het verbinden van de verschillende hersencellen ontstaat er een functionerend systeem. De cel reageert op een stimulus en zorgt voor een respons. Naar mate de cellen beter met elkaar verbonden zijn werkt het hele systeem sneller en effectiever.
De menselijke hersenen worden ook cerebrum of encefalon genoemd. Piet of Marijke klonk kennelijk te simpel. In de loop der jaren – de evolutie – heeft de mens een enigszins werkend brein ontwikkeld dat ons in staat stelt om simpele taken uit te voeren. Helaas hoort het leidinggeven van een school of het besturen van een auto zonder al te hevige emoties hier niet bij.
Wat onze hersenen precies doen weten we (nog) niet. Wetenschappers zijn al decennia bezig om hiernaar onderzoek te doen. Maar echt bevredigende antwoorden kunnen zij nog steeds niet geven.
We weten alleen: als je hersenen stuk gaan is het afgelopen met denken. Wilders is hier een goed voorbeeld van.
Het is ook raadzaam om mensen niet te vaak met een hamer op hun hoofd te slaan.
Zo’n orgaan als onze hersenen reageert hier namelijk erg gevoelig op en weigert op gegeven moment te functioneren. Als je pech hebt moet je op het einde je treurig bestaan doorbrengen met het verzinnen van een taakbeleid of het inbrengen van een besluitstuk over ongelezen logboekitems.
Niet bepaald bezigheden waarvan mensen dromen…
Iedereen die wel eens een menselijk schedel open heeft gesneden kan beamen dat daar binnen een ongelofelijke chaos aan te treffen is. Talrijke orgaanonderdelen zijn daar te vinden: het limbische systeem, cortex, thalamus, de corpus callapsus of de bulbus olfactorius om aar een paar te noemen. Allemaal onderdelen van een netwerk. Op zich zelf weinig effectief maar als werkend orgaan een wonder. Het schijnt dat de mens over meer hersencellen beschikt dan dat er sterren in het heelal te vinden zijn.
Als leek vind je daar binnen helaass niets terug. Het lijkt bijna op een auto. Alles wordt steeds ingewikkelder en op het einde kun je zelfs simpele systeemfouten niet eens zonder hulp van de vakman herstellen. En dan wordt het duur.
Probeer maar eens een simpele depressie of een heftige woedeaanval te repareren. Voor je het weet heb je de zaag verkeerd gebruikt en is de patiënt overleden…
Wetenschappers hebben in experimenten delen van hersenen verwijderd om te kijken wat het effect ervan is. Wonderbaarlijk genoeg functioneerde de proband daarna niet meer zo goed… Vaak reageren slachtoffers van zo’n ingreep ook tamelijk onvoorspelbaar en beginnen opeens Russische kinderliedjes te zingen of worden locatiedirecteur. En voor je het weet ben je jaren bezig om te rotzooi op te ruimen...
We kunnen veel leren van mieren. Hun motto lijkt mij heel duidelijk het volgende te zijn:
Het gaat er niet om wie het bij het juiste eind heeft, maar om wat het juiste eind is.
Doelgerichtheid in plaats van mierenneukerei. Wellicht een goed uitgangspunt voor een school…
Maar wat is eigenlijk het doel van een mierenhoop? In eerste instantie om de mierenhoop in stand te houden. Een geoliede organisatie dus om een organisatie in stand te houden. Het individu telt niets, de organisatie alles. De individuele mier is in principe tamelijk dom. Dat klinkt weinig humaan. Maar mieren zijn niet beroemd om hun intellect. Volgens mij heeft nog nooit een mier de Nobelprijs voor natuurkunde gewonnen. Maar ik volg dit gebeuren ook niet nauwkeurig.
En toch werkt een mierenhoop net als een menselijk brein. De menselijke hersenen bestaan in principe ook uit een hoop individuele cellen. De individuele hersencel is op zich ook heel erg dom. Alleen door het verbinden van de verschillende hersencellen ontstaat er een functionerend systeem. De cel reageert op een stimulus en zorgt voor een respons. Naar mate de cellen beter met elkaar verbonden zijn werkt het hele systeem sneller en effectiever.
De menselijke hersenen worden ook cerebrum of encefalon genoemd. Piet of Marijke klonk kennelijk te simpel. In de loop der jaren – de evolutie – heeft de mens een enigszins werkend brein ontwikkeld dat ons in staat stelt om simpele taken uit te voeren. Helaas hoort het leidinggeven van een school of het besturen van een auto zonder al te hevige emoties hier niet bij.
Wat onze hersenen precies doen weten we (nog) niet. Wetenschappers zijn al decennia bezig om hiernaar onderzoek te doen. Maar echt bevredigende antwoorden kunnen zij nog steeds niet geven.
We weten alleen: als je hersenen stuk gaan is het afgelopen met denken. Wilders is hier een goed voorbeeld van.
Het is ook raadzaam om mensen niet te vaak met een hamer op hun hoofd te slaan.
Zo’n orgaan als onze hersenen reageert hier namelijk erg gevoelig op en weigert op gegeven moment te functioneren. Als je pech hebt moet je op het einde je treurig bestaan doorbrengen met het verzinnen van een taakbeleid of het inbrengen van een besluitstuk over ongelezen logboekitems.
Niet bepaald bezigheden waarvan mensen dromen…
Iedereen die wel eens een menselijk schedel open heeft gesneden kan beamen dat daar binnen een ongelofelijke chaos aan te treffen is. Talrijke orgaanonderdelen zijn daar te vinden: het limbische systeem, cortex, thalamus, de corpus callapsus of de bulbus olfactorius om aar een paar te noemen. Allemaal onderdelen van een netwerk. Op zich zelf weinig effectief maar als werkend orgaan een wonder. Het schijnt dat de mens over meer hersencellen beschikt dan dat er sterren in het heelal te vinden zijn.
Als leek vind je daar binnen helaass niets terug. Het lijkt bijna op een auto. Alles wordt steeds ingewikkelder en op het einde kun je zelfs simpele systeemfouten niet eens zonder hulp van de vakman herstellen. En dan wordt het duur.
Probeer maar eens een simpele depressie of een heftige woedeaanval te repareren. Voor je het weet heb je de zaag verkeerd gebruikt en is de patiënt overleden…
Wetenschappers hebben in experimenten delen van hersenen verwijderd om te kijken wat het effect ervan is. Wonderbaarlijk genoeg functioneerde de proband daarna niet meer zo goed… Vaak reageren slachtoffers van zo’n ingreep ook tamelijk onvoorspelbaar en beginnen opeens Russische kinderliedjes te zingen of worden locatiedirecteur. En voor je het weet ben je jaren bezig om te rotzooi op te ruimen...
We kunnen veel leren van mieren. Hun motto lijkt mij heel duidelijk het volgende te zijn:
Het gaat er niet om wie het bij het juiste eind heeft, maar om wat het juiste eind is.
Doelgerichtheid in plaats van mierenneukerei. Wellicht een goed uitgangspunt voor een school…
vrijdag 6 november 2009
spaarlampen
Bij sommige mensen is hun kleine verstand een armoedig lampje dat alleen hun eigen zieligheid belicht.
Friedrich Hebbel
Is dit citaat cynisch? Vooruit dan maar. Ik heb mijn eerste doel al lang bereikt. Ik had me voorgenomen om vóór 1 november niet cynisch te worden. 1 november was vijf dagen geleden. Het is gelukt dankzij een afwachtende houding.
Loslaten was het vertrekpunt, stilstand het gevolg.
November. Vreselijke maand. Hij duurt zo lang en is maar net begonnen. Donker, koud, grijs, regenachtig, soms stormachtig, ongemoedelijk, druk, vermoeiend, slopend. November. Vreselijke maand.
Maand van weerstand van buiten en verminderde weerstand van binnen.
Een lampje dat verlicht zou handig zijn. Ik moet met iemand samenwerken die lijkt op een spaarlamp van 5 watt. Dat is hooguit genoeg om jezelf enigszins niet helemaal in het donker te laten zitten. Maar helaas onvoldoende om als vuurtoren oriëntatie te bieden in een donkere maand. Helaas ook geen licht dat naar buiten schijnt om zoekende mensen te wijzen naar een warme en heldere plek.
En helaas volkomen onvoldoende om een donkere beleidsruimte te verlichten. Schemerige omtrekken zijn alles wat je ziet.
Dit zou op te lossen zijn door een verhelderend gesprek. Een gesprek dat je even boven de laaghangende novemberwolken heen trekt, daar waar de zon schijnt. Maar helaas. Mist, nevel, hagel is alles wat je gesprekspartner te bieden heeft.
Een paraplu zou ook wel handig zijn. Een duidelijk kader dat bescherming biedt en mensen niet in de koude novmberregen laat staan. Maar die kaders worden niet gegeven. Er zijn alleen muren. Muren waar je tegen aan mag lopen als je energie over hebt. Muren die geslecht zouden moeten worden. Muren in de vorm van getallen, vermeende regelingen die niet werken: probleem creërend geneuzel vol zelfingenomen arrogantie.
Een kader dat een kater veroorzaakt. Dit kader zorgt zelf voor regen en heeft het contact met de grond kennelijk al geruime tijd verloren. Diegene die het contact zou moeten herstellen staat helaas met zijn verstandslampje van 5 watt zelf met de enkels in het modder van zijn eigen onkunde over kaders.
Een kacheltje zou ook handig kunnen zijn. Een warm, liefst vurig gesprek om het vuurtje weer aan te wakkeren. De gesprekken zijn helaas meer een nachtkaars. Blabla, herhaling, achteruitgang, dovend, vermoeiend.
Gelukkig vind ik al die dingen die november niet biedt wel ergens anders. Voor een goed gesprek heb je gelukkig geen baas nodig. Warmte vind je ook bij andere mensen. Mensen die wij steunen bieden ons zelf houvast. Kleine momenten die je koestert, glimlachen die je verwarmen, een gezin dat een veilige thuishaven is. En nog veel meer. Te veel om op te noemen. Gelukkig maar.
Het is wachten op iemand die de donkere beleidsruimte verlicht wil zien. Iemand die daar recht op heeft. Iemand die verwacht dat mensen van buiten de weg naar het licht zoeken. Iemand die wil zien dat de ruimte verwarmt wordt met goede gesprekken. Gesprekken die duidelijkheid en helderheid bieden. Wachten op iemand die authenticiteit verwacht en geen surrogaat. Of wachten op iemand die authentiek is een geen surrogaat. Een echte haloggenlamp in plaats van een spaarlampje.
Ik begon met een citaat. Ik eindig ook met een citaat.
Niets is vreselijker dan bezige onwetendheid.
Johan Wolfgang von Goethe
Friedrich Hebbel
Is dit citaat cynisch? Vooruit dan maar. Ik heb mijn eerste doel al lang bereikt. Ik had me voorgenomen om vóór 1 november niet cynisch te worden. 1 november was vijf dagen geleden. Het is gelukt dankzij een afwachtende houding.
Loslaten was het vertrekpunt, stilstand het gevolg.
November. Vreselijke maand. Hij duurt zo lang en is maar net begonnen. Donker, koud, grijs, regenachtig, soms stormachtig, ongemoedelijk, druk, vermoeiend, slopend. November. Vreselijke maand.
Maand van weerstand van buiten en verminderde weerstand van binnen.
Een lampje dat verlicht zou handig zijn. Ik moet met iemand samenwerken die lijkt op een spaarlamp van 5 watt. Dat is hooguit genoeg om jezelf enigszins niet helemaal in het donker te laten zitten. Maar helaas onvoldoende om als vuurtoren oriëntatie te bieden in een donkere maand. Helaas ook geen licht dat naar buiten schijnt om zoekende mensen te wijzen naar een warme en heldere plek.
En helaas volkomen onvoldoende om een donkere beleidsruimte te verlichten. Schemerige omtrekken zijn alles wat je ziet.
Dit zou op te lossen zijn door een verhelderend gesprek. Een gesprek dat je even boven de laaghangende novemberwolken heen trekt, daar waar de zon schijnt. Maar helaas. Mist, nevel, hagel is alles wat je gesprekspartner te bieden heeft.
Een paraplu zou ook wel handig zijn. Een duidelijk kader dat bescherming biedt en mensen niet in de koude novmberregen laat staan. Maar die kaders worden niet gegeven. Er zijn alleen muren. Muren waar je tegen aan mag lopen als je energie over hebt. Muren die geslecht zouden moeten worden. Muren in de vorm van getallen, vermeende regelingen die niet werken: probleem creërend geneuzel vol zelfingenomen arrogantie.
Een kader dat een kater veroorzaakt. Dit kader zorgt zelf voor regen en heeft het contact met de grond kennelijk al geruime tijd verloren. Diegene die het contact zou moeten herstellen staat helaas met zijn verstandslampje van 5 watt zelf met de enkels in het modder van zijn eigen onkunde over kaders.
Een kacheltje zou ook handig kunnen zijn. Een warm, liefst vurig gesprek om het vuurtje weer aan te wakkeren. De gesprekken zijn helaas meer een nachtkaars. Blabla, herhaling, achteruitgang, dovend, vermoeiend.
Gelukkig vind ik al die dingen die november niet biedt wel ergens anders. Voor een goed gesprek heb je gelukkig geen baas nodig. Warmte vind je ook bij andere mensen. Mensen die wij steunen bieden ons zelf houvast. Kleine momenten die je koestert, glimlachen die je verwarmen, een gezin dat een veilige thuishaven is. En nog veel meer. Te veel om op te noemen. Gelukkig maar.
Het is wachten op iemand die de donkere beleidsruimte verlicht wil zien. Iemand die daar recht op heeft. Iemand die verwacht dat mensen van buiten de weg naar het licht zoeken. Iemand die wil zien dat de ruimte verwarmt wordt met goede gesprekken. Gesprekken die duidelijkheid en helderheid bieden. Wachten op iemand die authenticiteit verwacht en geen surrogaat. Of wachten op iemand die authentiek is een geen surrogaat. Een echte haloggenlamp in plaats van een spaarlampje.
Ik begon met een citaat. Ik eindig ook met een citaat.
Niets is vreselijker dan bezige onwetendheid.
Johan Wolfgang von Goethe
donderdag 5 november 2009
Schelden
Moe. Gesloopt. Op. Drie woorden die allemaal een lichamelijk toestand beschrijven. Ik merk helaas dat dit zo heel langzaam niet alleen mijn lichaam maar ook mijn geest betreft. Moe, gesloopt, op. Er zit geen enkele creativiteit meer in. Nadenken gaat langzaam, beslissingen nemen nog trager. De frustratie ligt op de loer. Nog kan ik die nog redelijk beheersen. De vraag is of het goed is om frustratie te beheersen. Zou het niet veel mooier, gezonder zijn om hierop geen energie te verspillen?
Maar hoe doe je dat? Alleen kijken naar de goede dingen en de rest gewoon negeren? De zaken die niet lopen laten gaan? Alleen aan mezelf denken?
Ik krijg steeds meer het gevoel dat een goed verloop van zaken van alle kanten gesaboteerd wordt. Een groep belanghebbenden – zogenaamd vertegenwoordigers van alle docenten – vindt het niet eens nodig om gestelde vragen te beantwoorden. Arrogantie ten top. Alsof de kwade schoolleiding zaken instelt en regelingen treft omdat ze het zelf allemaal zo prettig vinden. Als je de belangen van iedereen vertegenwoordigt, hoor je niet alleen voor jezelf te praten.
Ga koken, mens.
Een aantal mensen vindt dat zij een vergoeding moet krijgen voor een werkgroep. Dat is wel zo. Voor werk dat je verricht, hoor je vergoed te krijgen. Alleen: dezelfde mensen hebben de regeling waarin hun eigen werkgroep niet voorkomt goedgekeurd. Dit is gewoon achteraf dingen proberen te ritselen. De poging om tweede directie binnen één school te spelen.
Ga toch weg!
Collega’s wordt gevraagd om een bijdrage aan projecten te leveren. Projecten die al lang met het hele team zijn besproken. Projecten waar al draaiboeken met een taakverdeling voor zijn gemaakt. Dan krijg je een vraag of dit project al geaccordeerd is.
Krijg de tering!
Sinds wanneer wordt elke individuele docent gevraagd of hij het ook wel goed vindt of een project wel of niet draait? Wil je liever een opdracht? Wil je op deze manier met elkaar omgaan?
Prima! Ga werken, mens.
BAS geeft de opdracht om binnen twee dagen iets te repareren waar al zes weken aan gesleuteld wordt. Het overzicht is zoek, de viervoudige controle heeft er nog niet toe geleid dat alles klopt. Tijdpaden zijn al lang en sprookje. Vervolgens wordt er gedaan alsof die allemaal geen rol speelt. Zoek het maar uit, is zo’n standaardantwoord dat je krijgt.
Ja natürlich. Fick dich selbst…
Helaas lost alleen maar schelden zo weinig op. Soms lucht het wel op. Maar dat is maar eventjes. Echte gesprekken met mensen voeren over hoe we het met zijn alleen willen doen zijn wel noodzakelijk. Maar die gesprekken worden niet gevoerd. Problemen worden van tafel geveegd, vragen wordt uitgeweken, verantwoordelijkheden worden heen en weer geschoven, verantwoordelijkheid wordt niet genomen.
Ik kreeg vandaag een advies. Helaas uit een boek, niet van een collega of leidinggevende. Citaat: Relativeren, de spanning eraf halen is lang niet de juiste strategie in een discussie. Soms is op de spits drijven veel beter. Maak de tegenstelling maar groots en meeslepend. Dwing de ander tot een keuze. Het maakt het gesprek helder en duidelijk. Van een spannend gesprek leer je meer dan van een kabbelende conversatie.
Mooi. Het punt waar ik zo vaak tegen aan loop. Je moet niet altijd zo overdrijven. Doe nou eens rustig aan. Waarom chargeer je altijd?
Ik heb al vaker gezegd dat ik dit doe om zaken scherp te krijgen. Daarom zet je dingen op scherp.
Helaas is dat in onderwijsland niet zo makkelijk. Men is zo gevoelig daar. Liever wollig en wazig dan duidelijk en scherp. Dan houd je het lekker in het midden. Verkeerd denken in politieke culturen. Iedereen met rust laten. Rusten, roesten, uitrusten, vastroesten.
Soms wil je alleen maar keihard schelden. Ga koken, mens, is dan nog de meest milde vorm die ik kan bedenken.
Maar hoe doe je dat? Alleen kijken naar de goede dingen en de rest gewoon negeren? De zaken die niet lopen laten gaan? Alleen aan mezelf denken?
Ik krijg steeds meer het gevoel dat een goed verloop van zaken van alle kanten gesaboteerd wordt. Een groep belanghebbenden – zogenaamd vertegenwoordigers van alle docenten – vindt het niet eens nodig om gestelde vragen te beantwoorden. Arrogantie ten top. Alsof de kwade schoolleiding zaken instelt en regelingen treft omdat ze het zelf allemaal zo prettig vinden. Als je de belangen van iedereen vertegenwoordigt, hoor je niet alleen voor jezelf te praten.
Ga koken, mens.
Een aantal mensen vindt dat zij een vergoeding moet krijgen voor een werkgroep. Dat is wel zo. Voor werk dat je verricht, hoor je vergoed te krijgen. Alleen: dezelfde mensen hebben de regeling waarin hun eigen werkgroep niet voorkomt goedgekeurd. Dit is gewoon achteraf dingen proberen te ritselen. De poging om tweede directie binnen één school te spelen.
Ga toch weg!
Collega’s wordt gevraagd om een bijdrage aan projecten te leveren. Projecten die al lang met het hele team zijn besproken. Projecten waar al draaiboeken met een taakverdeling voor zijn gemaakt. Dan krijg je een vraag of dit project al geaccordeerd is.
Krijg de tering!
Sinds wanneer wordt elke individuele docent gevraagd of hij het ook wel goed vindt of een project wel of niet draait? Wil je liever een opdracht? Wil je op deze manier met elkaar omgaan?
Prima! Ga werken, mens.
BAS geeft de opdracht om binnen twee dagen iets te repareren waar al zes weken aan gesleuteld wordt. Het overzicht is zoek, de viervoudige controle heeft er nog niet toe geleid dat alles klopt. Tijdpaden zijn al lang en sprookje. Vervolgens wordt er gedaan alsof die allemaal geen rol speelt. Zoek het maar uit, is zo’n standaardantwoord dat je krijgt.
Ja natürlich. Fick dich selbst…
Helaas lost alleen maar schelden zo weinig op. Soms lucht het wel op. Maar dat is maar eventjes. Echte gesprekken met mensen voeren over hoe we het met zijn alleen willen doen zijn wel noodzakelijk. Maar die gesprekken worden niet gevoerd. Problemen worden van tafel geveegd, vragen wordt uitgeweken, verantwoordelijkheden worden heen en weer geschoven, verantwoordelijkheid wordt niet genomen.
Ik kreeg vandaag een advies. Helaas uit een boek, niet van een collega of leidinggevende. Citaat: Relativeren, de spanning eraf halen is lang niet de juiste strategie in een discussie. Soms is op de spits drijven veel beter. Maak de tegenstelling maar groots en meeslepend. Dwing de ander tot een keuze. Het maakt het gesprek helder en duidelijk. Van een spannend gesprek leer je meer dan van een kabbelende conversatie.
Mooi. Het punt waar ik zo vaak tegen aan loop. Je moet niet altijd zo overdrijven. Doe nou eens rustig aan. Waarom chargeer je altijd?
Ik heb al vaker gezegd dat ik dit doe om zaken scherp te krijgen. Daarom zet je dingen op scherp.
Helaas is dat in onderwijsland niet zo makkelijk. Men is zo gevoelig daar. Liever wollig en wazig dan duidelijk en scherp. Dan houd je het lekker in het midden. Verkeerd denken in politieke culturen. Iedereen met rust laten. Rusten, roesten, uitrusten, vastroesten.
Soms wil je alleen maar keihard schelden. Ga koken, mens, is dan nog de meest milde vorm die ik kan bedenken.
woensdag 4 november 2009
overleg, praten, rekenen, vragen
Vandaag weer eens overleg gevoerd. Gepraat treft het beter. Eindeloos doorgaan op reeksen cijfers. Cijfers die allemaal aangeven dat de hoeveelheid werk niet past in de hoeveelheid tijd die hiervoor wordt uitgetrokken. Er moeten – zoals allang verwacht – keuzes worden gemaakt. De vermeende speerpunten die groot werden aangekondigd aan het begin van het jaar komen al geruime tijd niet meer aan bod. Eindeloos praten zonder dat het ergens naar toe leidt. Wat is het nut hiervan? Elkaar de put in praten? Steeds weer proberen een vierkant rond te krijgen? Gaan we ons zelf blokkeren door ons blind te starren op cijfers? Cijfers die ook na vier keer controleren nog niet kloppen? Hameren op tijdpaden die al weken niet meer kloppen? Je zou er moedeloos van kunnen worden. Er wordt via omwegen gecommuniceerd. De hoge heren die een besluit moeten nemen zijn onzichtbaar, onhoorbaar: onbegrijpelijk.
Tegelijkertijd begin je ook eens naar je eigen baan kijken. Iemand gaf al meerdere keren aan dat die zich afvraagt of dit nog wel is wat die wil. Hoe komt dat? Waar ligt dit aan? Wat kan hier aan worden gedaan? Dat zouden doeltreffende vragen zijn. Je krijgt er niet eens vragen. Je krijgt luchtballonnetjes. Kant en klare antwoorden uit een managementhandleiding. Jargon. Dit is gewoon zo. Daar heb je voor gekozen. Daar moet je het mee doen.
Met andere woorden: zoek het maar uit.
Ik probeerde vandaag een opening te creëren. Was het niet eens tijd om te kijken of de formules waarmee onze baan berekend wordt nog wel voldoet aan de veranderde werkelijkheid? De baan is immers enorm veranderd de afgelopen twee jaar. Naast leerlingenzorg en proberen rust en regelmaat in de afdeling te handhaven heb je immers een stuk personeelbeleid en een stuk beleidsmatige ontwikkeling in je takenpakket zitten. Ook hier geen vraag maar gelijk een voorgedrukt antwoord: dan moet je zelf maar keuzes maken. Dan moet je zelf je tijd maar beter indelen. Toen de baan werd berekend maakten de zittende heren van het personeel- en onderwijsbeleid de volgende berekening. Men besteedde ca. 40% aan het personeelsbeleid en ca. 60% aan onderwijsontwikkeling. Vreemd dat het dan zo lang stil stond maar dat is een ander onderwerp.
Ik heb naar mijn eigen baan gekeken. De nauwkeurig bijgehouden spreadsheets van de directie maken het mogelijk. De verhouding is helaas ietsje anders.
Afhankelijk hoe creatief je gaat spelen met de beperkte ruimte kom ik dus uit op een kwartier dat ik per week kan besteden aan elk teamlid. Als ik creatief omga met mijn tijd en stel dat al de voorbereiding op vergaderingen, het uitdenken van onderwijskundige verbeteringen of communicatie met leerlingen of ouders minder tijd in beslag moet nemen kan ik elke week ca. 20 minuten met alle teamleden praten. Meer dan tijd zat. Na de voorbesprekingen van rapporten ben ik al drie keer door mijn tijd heen…
Dat is ook een keuze. Je kunt als school kiezen voor een structuur waarin je rust en regelmaat centraal stelt. Je kunt er zelfs voor kiezen om hiervoor iemand aan te stellen.
Of dit de koers is die de directie twee jaar geleden in een prachtig stuk heeft uitgezet is maar de vraag. De letters en mooie zinnen in dat plan spreken helaas een andere taal. Er is sprake van ontwikkeling, van trots, van beweging. De beweging lijkt nu op iemand die in een dwangbuis zit. Dat beweegt ook zo lastig.
Er is vaker onderzoek gedaan in onderwijsland. En wat blijkt? Er bestaat een evidente samenhang tussen tevredenheid van personeel, tevredenheid van leerlingen en het rendement van het onderwijs. Tevreden docenten die het gevoel hebben dat hun werk gewaardeerd wordt dragen bijna automatisch bij aan betere opbrengsten. Daar scoor je op als school. Of dit met reeksen cijfers lukt waarin het werk van collega’s puur kwantitatief onder de loep wordt genomen (Oh, je werkt tien uur te weinig) is maar de vraag. Als je dus blijft hameren op controle, organisatie, administratie – de papieren en ambtelijke cultuur – als je geen tijd maakt voor ontwikkeling, begeleiding, beleid zul je ook geen verandering zien. Waarom hierover niet gesproken mag worden is mij een raadsel. Je zou weleens de indruk krijgen dat men het allemaal best vindt zoals het is.
Zolang een aantal zaken onbespreekbaar blijft, blijft het ook praten zonder dat het ergens toe leidt. Dat mag dan wel overleg worden genoemd. In wezen is het praten.
Tegelijkertijd begin je ook eens naar je eigen baan kijken. Iemand gaf al meerdere keren aan dat die zich afvraagt of dit nog wel is wat die wil. Hoe komt dat? Waar ligt dit aan? Wat kan hier aan worden gedaan? Dat zouden doeltreffende vragen zijn. Je krijgt er niet eens vragen. Je krijgt luchtballonnetjes. Kant en klare antwoorden uit een managementhandleiding. Jargon. Dit is gewoon zo. Daar heb je voor gekozen. Daar moet je het mee doen.
Met andere woorden: zoek het maar uit.
Ik probeerde vandaag een opening te creëren. Was het niet eens tijd om te kijken of de formules waarmee onze baan berekend wordt nog wel voldoet aan de veranderde werkelijkheid? De baan is immers enorm veranderd de afgelopen twee jaar. Naast leerlingenzorg en proberen rust en regelmaat in de afdeling te handhaven heb je immers een stuk personeelbeleid en een stuk beleidsmatige ontwikkeling in je takenpakket zitten. Ook hier geen vraag maar gelijk een voorgedrukt antwoord: dan moet je zelf maar keuzes maken. Dan moet je zelf je tijd maar beter indelen. Toen de baan werd berekend maakten de zittende heren van het personeel- en onderwijsbeleid de volgende berekening. Men besteedde ca. 40% aan het personeelsbeleid en ca. 60% aan onderwijsontwikkeling. Vreemd dat het dan zo lang stil stond maar dat is een ander onderwerp.
Ik heb naar mijn eigen baan gekeken. De nauwkeurig bijgehouden spreadsheets van de directie maken het mogelijk. De verhouding is helaas ietsje anders.
Afhankelijk hoe creatief je gaat spelen met de beperkte ruimte kom ik dus uit op een kwartier dat ik per week kan besteden aan elk teamlid. Als ik creatief omga met mijn tijd en stel dat al de voorbereiding op vergaderingen, het uitdenken van onderwijskundige verbeteringen of communicatie met leerlingen of ouders minder tijd in beslag moet nemen kan ik elke week ca. 20 minuten met alle teamleden praten. Meer dan tijd zat. Na de voorbesprekingen van rapporten ben ik al drie keer door mijn tijd heen…
Dat is ook een keuze. Je kunt als school kiezen voor een structuur waarin je rust en regelmaat centraal stelt. Je kunt er zelfs voor kiezen om hiervoor iemand aan te stellen.
Of dit de koers is die de directie twee jaar geleden in een prachtig stuk heeft uitgezet is maar de vraag. De letters en mooie zinnen in dat plan spreken helaas een andere taal. Er is sprake van ontwikkeling, van trots, van beweging. De beweging lijkt nu op iemand die in een dwangbuis zit. Dat beweegt ook zo lastig.
Er is vaker onderzoek gedaan in onderwijsland. En wat blijkt? Er bestaat een evidente samenhang tussen tevredenheid van personeel, tevredenheid van leerlingen en het rendement van het onderwijs. Tevreden docenten die het gevoel hebben dat hun werk gewaardeerd wordt dragen bijna automatisch bij aan betere opbrengsten. Daar scoor je op als school. Of dit met reeksen cijfers lukt waarin het werk van collega’s puur kwantitatief onder de loep wordt genomen (Oh, je werkt tien uur te weinig) is maar de vraag. Als je dus blijft hameren op controle, organisatie, administratie – de papieren en ambtelijke cultuur – als je geen tijd maakt voor ontwikkeling, begeleiding, beleid zul je ook geen verandering zien. Waarom hierover niet gesproken mag worden is mij een raadsel. Je zou weleens de indruk krijgen dat men het allemaal best vindt zoals het is.
Zolang een aantal zaken onbespreekbaar blijft, blijft het ook praten zonder dat het ergens toe leidt. Dat mag dan wel overleg worden genoemd. In wezen is het praten.
dinsdag 3 november 2009
Tijd is geld
Tijd is geld. Dat leert iedereen weleens.
Ik maak het dagelijks mee. Actielijsten, taken, agendabeheer, To-do-overzichten. Tijd indelen, plannen, structuur aanbrengen. Het gevoel dat je geleefd wordt. En ondertussen proberen duidelijkheid te verkrijgen over dit verschijnsel: tijd is geld. Geld is tijd.
Tijd die sinds dit jaar in prioriteiten verdeeld wordt: A, B, C en D. Taken die keurig ingedeeld worden in orde van toebedeling. Volgens een vaste volgorde. Eerst A, dan B en dan de rest – mocht er nog iets te vergeven zijn.
Als talendocent sta ik soms stil bij deze indeling. Waar staan deze letters eigenlijk voor? In eerste instantie geven ze een chronologische volgorde aan: de eerste vier letters van het Romeinse alfabet. Onschuldig, het had net zo goed I., II., III, IV. Kunnen zijn.
OF is deze indeling wellicht ook een soort keurmerk? Ik ken A-merken en B-movies, C-wegen. B-movies zijn toch echt van een mindere kwaliteit. C-wegen zijn veel minder comfortabel.
Of is dit ABCD-verhaal wellicht een anagram? En waar staat het dan voor?
Alles behalve constructief denken?
Aanpassen. Beoordelen. Controleren. Delegeren?
Alleen bergen chaotische drukexemplaren?
Alles blokkeren, creatief demotiveren?
Afzonderlijk, belazerd, cynisch, destructief.
Zo zijn er zeker nog meer mogelijkheden te bedenken. Ik stop er liever mee, anders vind ik straks nog ergens op mijn toetsenboard mijn cynisme terug. Laat ik liever nog naar een aantal opmerkelijke cijfers kijken.
Zo ‘verdient’ collega A. zes uur op jaarbasis voor het in orde houden van zijn lokaal. Als vaste beheerder mag hij al zijn lessen en één lokaal geven, inclusief een beamer, computer of een Smartbord. Het enige wat hij of zij doet is ervoor te zorgen dat er altijd voldoende proefwerkpapier ligt. Het schoonmaken van het bord en halen van nieuwe krijtjes vervalt immers, nu er in steeds meer lokalen met digitale schoolborden gewerkt wordt. Beloning voor een luxe? De directie vindt van niet.
Collega B. heeft niet zo’n geluk. Collega B. moet elke dag naar verschillende lokalen. Als het er drie zijn – en dat zijn het meestal – krijgt hij per dag ook zes uur vergoed voor het heen en weer lopen. Laat collega B. iemand zijn die op vier dagen heen en weer loopt. Dan krijgt hij hiervoor in totaal vierentwintig uur vergoed.
Dat is echt een luxe: collega A. heeft zich prima ingericht. Hij doet zijn cijferverwerking in zijn eigen lokaal op zijn eigen computer en krijgt hiervoor een vergoeding.
Collega B. schiet ook niet mis. Vierentwintig uur om naar je werk te komen is ook niet mis. Dan heeft hij nog geen een les gegeven.
Maar nu word ik weer cynisch.
Collega A. en collega B. krijgen beiden elk tien uur voor het bijwonen van een zestal vergaderingen. Die vergaderingen waarvan dezelfde directie zegt dat zij een impuls moeten geven aan de ontwikkeling van de school. Waar in principe de visie omgezet zou moeten worden naar concepten en waar ook nog eens gewerkt zou moeten worden aan de uitwerking van die concepten. De verhouding is een beetje krom. Maar goed. Tijd is geld. Tijd en geld vereisen dat er keuzes worden gemaakt. Als je het ene kiest kun je het andere niet doen. Zo simpel is dat helaas met keuzes. Tijd is geld. Maar geld is ook keuze.
Als dat zo is, ben ik dan rijk of arm? Het gevoel alle tijd te hebben is dan onschatbare rijkdom. En druk, druk, druk is mijn dagelijkse armoede.
Ik maak het dagelijks mee. Actielijsten, taken, agendabeheer, To-do-overzichten. Tijd indelen, plannen, structuur aanbrengen. Het gevoel dat je geleefd wordt. En ondertussen proberen duidelijkheid te verkrijgen over dit verschijnsel: tijd is geld. Geld is tijd.
Tijd die sinds dit jaar in prioriteiten verdeeld wordt: A, B, C en D. Taken die keurig ingedeeld worden in orde van toebedeling. Volgens een vaste volgorde. Eerst A, dan B en dan de rest – mocht er nog iets te vergeven zijn.
Als talendocent sta ik soms stil bij deze indeling. Waar staan deze letters eigenlijk voor? In eerste instantie geven ze een chronologische volgorde aan: de eerste vier letters van het Romeinse alfabet. Onschuldig, het had net zo goed I., II., III, IV. Kunnen zijn.
OF is deze indeling wellicht ook een soort keurmerk? Ik ken A-merken en B-movies, C-wegen. B-movies zijn toch echt van een mindere kwaliteit. C-wegen zijn veel minder comfortabel.
Of is dit ABCD-verhaal wellicht een anagram? En waar staat het dan voor?
Alles behalve constructief denken?
Aanpassen. Beoordelen. Controleren. Delegeren?
Alleen bergen chaotische drukexemplaren?
Alles blokkeren, creatief demotiveren?
Afzonderlijk, belazerd, cynisch, destructief.
Zo zijn er zeker nog meer mogelijkheden te bedenken. Ik stop er liever mee, anders vind ik straks nog ergens op mijn toetsenboard mijn cynisme terug. Laat ik liever nog naar een aantal opmerkelijke cijfers kijken.
Zo ‘verdient’ collega A. zes uur op jaarbasis voor het in orde houden van zijn lokaal. Als vaste beheerder mag hij al zijn lessen en één lokaal geven, inclusief een beamer, computer of een Smartbord. Het enige wat hij of zij doet is ervoor te zorgen dat er altijd voldoende proefwerkpapier ligt. Het schoonmaken van het bord en halen van nieuwe krijtjes vervalt immers, nu er in steeds meer lokalen met digitale schoolborden gewerkt wordt. Beloning voor een luxe? De directie vindt van niet.
Collega B. heeft niet zo’n geluk. Collega B. moet elke dag naar verschillende lokalen. Als het er drie zijn – en dat zijn het meestal – krijgt hij per dag ook zes uur vergoed voor het heen en weer lopen. Laat collega B. iemand zijn die op vier dagen heen en weer loopt. Dan krijgt hij hiervoor in totaal vierentwintig uur vergoed.
Dat is echt een luxe: collega A. heeft zich prima ingericht. Hij doet zijn cijferverwerking in zijn eigen lokaal op zijn eigen computer en krijgt hiervoor een vergoeding.
Collega B. schiet ook niet mis. Vierentwintig uur om naar je werk te komen is ook niet mis. Dan heeft hij nog geen een les gegeven.
Maar nu word ik weer cynisch.
Collega A. en collega B. krijgen beiden elk tien uur voor het bijwonen van een zestal vergaderingen. Die vergaderingen waarvan dezelfde directie zegt dat zij een impuls moeten geven aan de ontwikkeling van de school. Waar in principe de visie omgezet zou moeten worden naar concepten en waar ook nog eens gewerkt zou moeten worden aan de uitwerking van die concepten. De verhouding is een beetje krom. Maar goed. Tijd is geld. Tijd en geld vereisen dat er keuzes worden gemaakt. Als je het ene kiest kun je het andere niet doen. Zo simpel is dat helaas met keuzes. Tijd is geld. Maar geld is ook keuze.
Als dat zo is, ben ik dan rijk of arm? Het gevoel alle tijd te hebben is dan onschatbare rijkdom. En druk, druk, druk is mijn dagelijkse armoede.
woensdag 28 oktober 2009
Dynamisch maatwerk
Vandaag was er weer zo’n moment. Een moment waarop je denkt dat je een zin maar beter vier keer kunt lezen om de boodschap volledig op je in te laten werken. Zinsontleding kan hierbij soms helpen. Kijken naar de verschillende onderdelen van een zin en op die manier proberen de essentie eruit te halen.
Zoals bijna alle vragen op dit moment ging ook dit over het systeem om banen van collega’s te registreren.
Eergisteren drong een directielid erop aan dat nu alles definitief afgerond moet worden. Hij verwees naar afgesproken tijdpaden volgens het bekende reglement en benadrukte dat het voor hem en voor mij toch zeker ook niet uit te leggen was als collega’s langer moesten wachten. Mooi gesproken. Helaas met een kleine schoonheidsfout. De overzichten kloppen ook na drie keer controleren en fouten doorgeven bij pakweg 50% van alle collega’s niet.
Hoe kun je dat dan uitleggen?
Vandaag kwam er een tweede mail. Niet van het directielid zelf maar van zijn adjudant. Hij gaf antwoord op een aantal vragen over het (niet) invoeren van aangeleverde gegevens in het systeem en de ontbrekende communicatie hierover. Hier moest ik even bij stilstaan om het volledig tot me door te laten dringen:
Het vastleggen van lessen en taken per docent is te vergelijken met dynamisch maatwerk.
Hier sprak de professional. Managementjargon. Tekstballonnetjes. Rookgordijnen. Dynamisch en maatwerk zijn woorden met een uitgesproken positieve connotatie. Het klinkt veel beter dan:
We doen ons best.
We zijn druk bezig met…
En in ieder geval positiever dan: stilstaand prutswerk.
Ik heb het voor de zekerheid in een woordenboek opgezocht: iets wat dynamisch is, gebeurt met veel energie en beweging. Het tegenovergestelde van dynamisch is statisch of stilstaand. Hier sprak dus een grote aanhanger van de Griekse filosoof Heraklit: Panta rhei. Alles is in beweging. Niets blijft zoals het is. Oftewel: dit komt nooit af. En wat komt nooit af? Dat geeft het onderwerp van zijn zin aan: het vastleggen van lessen en taken per docent.
Tegenspraak met de mail van zijn baas de dag ervoor? Is hier sprake van een communicatieprobleem?
Maar los daarvan klopt de essentie van de zin ook helemaal niet. Er is niets minder waar dan dat het vastleggen van lessen en taken dynamisch is. Voor de grote vakantie worden lessen al toebedeeld aan collega’s. Die zijn dus geenszins dynamisch. Je mag hooguit hopen dat de invulling van de lessen door de docent zelf dynamisch gebeurt. Maar dit heeft niets met het vastleggen ervan te maken.
Daarnaast geeft het bekende reglement aan hoeveel lessen je mag geven, hoe de lessen met voor- en nawerk worden berekend en hoeveel uren voor bepaalde taken mogen worden toegekend. Allemaal variabelen die vast liggen. Ook hier is geenszins sprake van een dynamisch proces.
Het sommetje 1+1=2 is ook niet dynamisch. Net zo min als 2-1=1.
Maar dat is hoe in principe het vastleggen van lessen en taken hoort te gebeuren. Een afgesproken werktijdfactor wordt omgerekend naar klokuren. Van dit getal worden alle lessen en taken afgetrokken. Als het allemaal goed verloopt blijkt er aan het einde dat iemand dus voldoende werkt, te weinig werkt of te veel werkt. In principe een simpele aftreksom met vastliggende getallen. Wat hier nou dynamisch aan is weet ik niet.
Ik sluit met een citaat van een collega. Dit ging over hetzelfde onderdeel, alleen een ander facet van het grotere geheel:
voor een simpele jongen zoals ik is het allemaal niet meer te doorgronden. Echt niet.
Die zin hoefde ik niet vier keer te lezen. De boodschap was gelijk helder.
Zoals bijna alle vragen op dit moment ging ook dit over het systeem om banen van collega’s te registreren.
Eergisteren drong een directielid erop aan dat nu alles definitief afgerond moet worden. Hij verwees naar afgesproken tijdpaden volgens het bekende reglement en benadrukte dat het voor hem en voor mij toch zeker ook niet uit te leggen was als collega’s langer moesten wachten. Mooi gesproken. Helaas met een kleine schoonheidsfout. De overzichten kloppen ook na drie keer controleren en fouten doorgeven bij pakweg 50% van alle collega’s niet.
Hoe kun je dat dan uitleggen?
Vandaag kwam er een tweede mail. Niet van het directielid zelf maar van zijn adjudant. Hij gaf antwoord op een aantal vragen over het (niet) invoeren van aangeleverde gegevens in het systeem en de ontbrekende communicatie hierover. Hier moest ik even bij stilstaan om het volledig tot me door te laten dringen:
Het vastleggen van lessen en taken per docent is te vergelijken met dynamisch maatwerk.
Hier sprak de professional. Managementjargon. Tekstballonnetjes. Rookgordijnen. Dynamisch en maatwerk zijn woorden met een uitgesproken positieve connotatie. Het klinkt veel beter dan:
We doen ons best.
We zijn druk bezig met…
En in ieder geval positiever dan: stilstaand prutswerk.
Ik heb het voor de zekerheid in een woordenboek opgezocht: iets wat dynamisch is, gebeurt met veel energie en beweging. Het tegenovergestelde van dynamisch is statisch of stilstaand. Hier sprak dus een grote aanhanger van de Griekse filosoof Heraklit: Panta rhei. Alles is in beweging. Niets blijft zoals het is. Oftewel: dit komt nooit af. En wat komt nooit af? Dat geeft het onderwerp van zijn zin aan: het vastleggen van lessen en taken per docent.
Tegenspraak met de mail van zijn baas de dag ervoor? Is hier sprake van een communicatieprobleem?
Maar los daarvan klopt de essentie van de zin ook helemaal niet. Er is niets minder waar dan dat het vastleggen van lessen en taken dynamisch is. Voor de grote vakantie worden lessen al toebedeeld aan collega’s. Die zijn dus geenszins dynamisch. Je mag hooguit hopen dat de invulling van de lessen door de docent zelf dynamisch gebeurt. Maar dit heeft niets met het vastleggen ervan te maken.
Daarnaast geeft het bekende reglement aan hoeveel lessen je mag geven, hoe de lessen met voor- en nawerk worden berekend en hoeveel uren voor bepaalde taken mogen worden toegekend. Allemaal variabelen die vast liggen. Ook hier is geenszins sprake van een dynamisch proces.
Het sommetje 1+1=2 is ook niet dynamisch. Net zo min als 2-1=1.
Maar dat is hoe in principe het vastleggen van lessen en taken hoort te gebeuren. Een afgesproken werktijdfactor wordt omgerekend naar klokuren. Van dit getal worden alle lessen en taken afgetrokken. Als het allemaal goed verloopt blijkt er aan het einde dat iemand dus voldoende werkt, te weinig werkt of te veel werkt. In principe een simpele aftreksom met vastliggende getallen. Wat hier nou dynamisch aan is weet ik niet.
Ik sluit met een citaat van een collega. Dit ging over hetzelfde onderdeel, alleen een ander facet van het grotere geheel:
voor een simpele jongen zoals ik is het allemaal niet meer te doorgronden. Echt niet.
Die zin hoefde ik niet vier keer te lezen. De boodschap was gelijk helder.
donderdag 22 oktober 2009
Under construction
Leertheorieën, de hele vakantie lang. Lang vergeten namen: Bruner, Ausubel, Vygotstky, Skinner, Pavlov, Chomsky, Piaget, Vermunt, Simons. Allemaal mannen die hun eigen theorie hebben ontwikkeld over de vraag hoe een mens (of dier) leert.
Voldoende aanknopingspunten zou je zeggen om na te denken over de vraag waarom sommige mensen niet zo goed zijn met denken of erg langzaam leren. Maar elke theorie is grijs. Zoals altijd kijken mensen naar het resultaat van het geleerde. Wat staat er onder de streep? Hoe dat resultaat tot stand is gekomen is vaak niet interessant. Of het wordt niet belicht. Warneembaar gedrag nomen de bahavioristen dat. Duurzame gedragsverandering de aanhangers van het cognitivisme. Het makkelijkst zijn constructivisten. Elk mens construeert zijn kennis op grond van zijn eigen warnemingen. Nieuwe ideeën worden gekoppeld aan reeds verworven kennis en op die manier geïntegreerd in het eigen wereldbeeld. Nieuwe kennis wordt dus geconstrueerd.
Leuke verklaring waarom sommige mensen niet op één lijn kunnen komen. Mijn werkelijkheid sluit niet aan bij die van iemand anders. En als iemand een erg beperkte kennis van zaken heeft zal het langer duren voor hij of zij dezelfde kennisstand heeft als de andere. Voor leerlingen interessant en voor docenten zeker waardevol. Basiskennis.
Maar ook een verklaring voor stilstand aan de top? Een goede verklaring waarom men altijd op zijn baas moet wachten? Hij of zij construeert nog de kennis die nodig is om basale feiten te integreren. “Under construction” krijgt in deze context een hele andere betekenis. Het bij constructivisme horende Aha-Erlebnis althans heb ik helaas de afgelopen twee jaar niet zo vaak meegemaakt. Niet bij mezelf maar ook niet bij mijn baas.
Leertheorieën, de hele vakantie lang. Een heel boek vol dat samengevat moet worden. Wat ik daarvan geleerd heb?
Het is maar beter om dingen te doen op het moment dat ze een meerwaarde hebben. Op het moment dat je nog echt iets nieuws kunt leren. Ik zit nu permanent in de zone van actuele ontwikkeling. Het is nu doorzetten, weerstand overwinnen. Het lukt aardig. Zes van de zeven hoofdstukken zijn samengevat. Afvinken is mijn motivatie. Niet intrensiek maar behoorlijk extern aangestuurd door mijn grote baas. Dat is niet erg. Dan doe ik het tenminste. Geen atribuut van de zelfstandige leerder…
Nu nog de laatste stap. Het hoofdstuk over problem oplossen. Dat lijkt me een leuke.
Iets waar ik al het hele jaar mee bezig ben. Ben benieuwd of ik daar nieuwe inzichten in kan vinden…
En vanaf maandag weer concrete problemen. Praktische problemen. Geen leertheorieën. Ook een vorm van motivatie.
Voldoende aanknopingspunten zou je zeggen om na te denken over de vraag waarom sommige mensen niet zo goed zijn met denken of erg langzaam leren. Maar elke theorie is grijs. Zoals altijd kijken mensen naar het resultaat van het geleerde. Wat staat er onder de streep? Hoe dat resultaat tot stand is gekomen is vaak niet interessant. Of het wordt niet belicht. Warneembaar gedrag nomen de bahavioristen dat. Duurzame gedragsverandering de aanhangers van het cognitivisme. Het makkelijkst zijn constructivisten. Elk mens construeert zijn kennis op grond van zijn eigen warnemingen. Nieuwe ideeën worden gekoppeld aan reeds verworven kennis en op die manier geïntegreerd in het eigen wereldbeeld. Nieuwe kennis wordt dus geconstrueerd.
Leuke verklaring waarom sommige mensen niet op één lijn kunnen komen. Mijn werkelijkheid sluit niet aan bij die van iemand anders. En als iemand een erg beperkte kennis van zaken heeft zal het langer duren voor hij of zij dezelfde kennisstand heeft als de andere. Voor leerlingen interessant en voor docenten zeker waardevol. Basiskennis.
Maar ook een verklaring voor stilstand aan de top? Een goede verklaring waarom men altijd op zijn baas moet wachten? Hij of zij construeert nog de kennis die nodig is om basale feiten te integreren. “Under construction” krijgt in deze context een hele andere betekenis. Het bij constructivisme horende Aha-Erlebnis althans heb ik helaas de afgelopen twee jaar niet zo vaak meegemaakt. Niet bij mezelf maar ook niet bij mijn baas.
Leertheorieën, de hele vakantie lang. Een heel boek vol dat samengevat moet worden. Wat ik daarvan geleerd heb?
Het is maar beter om dingen te doen op het moment dat ze een meerwaarde hebben. Op het moment dat je nog echt iets nieuws kunt leren. Ik zit nu permanent in de zone van actuele ontwikkeling. Het is nu doorzetten, weerstand overwinnen. Het lukt aardig. Zes van de zeven hoofdstukken zijn samengevat. Afvinken is mijn motivatie. Niet intrensiek maar behoorlijk extern aangestuurd door mijn grote baas. Dat is niet erg. Dan doe ik het tenminste. Geen atribuut van de zelfstandige leerder…
Nu nog de laatste stap. Het hoofdstuk over problem oplossen. Dat lijkt me een leuke.
Iets waar ik al het hele jaar mee bezig ben. Ben benieuwd of ik daar nieuwe inzichten in kan vinden…
En vanaf maandag weer concrete problemen. Praktische problemen. Geen leertheorieën. Ook een vorm van motivatie.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
